Belasting in Spanje

Zowel een resident (ingezetene) als een niet-resident die in Spanje inkomsten geniet of bezittingen heeft (bijvoorbeeld onroerend goed) krijgt te maken met verschillende soorten Spaanse belastingen.

In Spanje worden deze belastingen en de bijbehorende belastingtarieven door het Spaanse Ministerie van Financiën (Hacienda) vastgesteld. Deze belastingen hebben daarmee weliswaar algemene landelijke geldigheid, maar aangezien de 17 verschillende Spaanse regio’s (Comunidades autónomas) in fiscaal opzicht zelfstandig zijn, mogen zij (binnen door de nationale overheid vastgestelde marges) hun eigen belastingtarieven hanteren. Dit geldt voor een deel eveneens voor de gemeentes in zo’n deelstaat. Dat betekent dat de belastingtarieven in een aantal regio’s en gemeentes af kunnen wijken van wat in de landelijke tariefoverzichten staat aangegeven.

Eigenaren van Spaans onroerend goed (resident of niet-resident) krijgen te maken met een of meer van onderstaande belastingen:

  • Regionale overheidsbelastingen
    • Inkomstenbelasting  (Impuesto sobre la Renta de las Personas Físicas = Renta)
    • Vermogenswinstbelasting (Impuesto sobre incremento de patrimonio de la venta de un bien inmueble)
    • Vermogensbelasting  (Impuesto sobre el Patrimonio)
    • Overdrachtsbelasting  (Impuesto sobre Transmisiones Patrimoniales)
    • Omzetbelasting (BTW)  (Impuesto sobre el Valor Añadido = IVA)
    • Erf- en schenkbelasting  (Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones)
    • Zegel- of documentenbelasting  (Impuesto sobre Actos Jurídicos Documentados = AJD)
  • Gemeentelijke belastingen
    • Onroerendgoedbelasting  (Impuesto sobre Bienes Inmuebles = IBI)
    • Bouwbelasting  (Impuesto sobre Construcciones, Instalaciones y Obras)
    • Belasting Waardevermeerdering Grond  (Impuesto sobre el Incremento del Valor de los Terrenos de Naturaleza Urbana = Plusvalía)
    • Gemeentelijke heffingen  (Tasas y Precios Públicos), waaronder de afvalstoffenheffing (Basuras)

Inkomstenbelasting

De Spaanse inkomstenbelasting  (IRPF, maar meestal kortweg Renta genoemd) is van toepassing op ieder die in Spanje fiscaal resident is en wordt geheven over het wereldwijde inkomen.

De tarieven van de inkomstenbelasting zijn in Spanje vanaf 2015 aanzienlijk verlaagd. Zo is het minimumpercentage (1e schijf) verlaagd van 24,75% naar 19%. Het percentage in de 5e schijf is zelfs verlaagd van 52% naar 45%. Wel is het zo dat in Spanje de deelstaten in fiscaal opzicht autonoom zijn, waardoor zij (binnen door de centrale overheid bepaalde marges) zelf een extra belastingheffing mogen opleggen. Hierdoor kan het voorkomen dat in de ene deelstaat  meer inkomstenbelasting wordt geheven dan in een andere. Met name als het gaat om de hogere belastbare inkomens (vanaf €  300.000) kan het belastingpercentage in sommige regio’s hoger uitvallen dan elders.

INKOMSTENBELASTING OVER INKOMSTEN UIT (VROEGERE) ARBEID

Belastbaar inkomen Tarief
Tot  €  12.450 19%
€  12.450  –  €  20.200 24%
€  20.200  –  €  35.200 30%
€  35.200  –  €  60.000 37%
€  60.000  –  €  300.000 45%
Boven € 300.000 47%  (tot 54%)

De algemene belastingvrije voet bedraagt  €  5.550  per belastingplichtige. Voor 65-plussers bedraagt de belastingvrije voet €  6.700 en voor 75-plussers €  8.100.

Bovenstaande tarieven voor fiscaal residenten gelden voor de inkomstenbelasting over inkomsten uit (vroegere) arbeid. Inkomsten uit vermogen (bijvoorbeeld rente, dividend of uitkeringen (levens)verzekeringen) of winsten die worden gemaakt bij verkoop van vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld onroerend goed) worden voor de inkomstenbelasting apart belast volgens de tarieven van de zogenaamde vermogenswinstbelasting (zie artikel hierna).

Niet-residenten (buitenlanders die geen ingezetene zijn van Spanje) dienen in Spanje eveneens inkomstenbelasting te betalen indien zij eigenaar zijn van Spaans onroerend goed. De inkomstenbelasting heeft dan betrekking op het zogenaamde ‘huurwaardeforfait’ van de eigen woning. Niet-residenten uit de Europese Unie zijn over 2% van de door de gemeente vastgestelde kadastrale waarde (valor catastral) 19% belasting verschuldigd. Heeft de gemeente de kadastrale waarde van alle woningen in de tien voorafgaande jaren herzien, dan geldt een grondslag van 1,1% in plaats van 2%.


Vermogenswinstbelasting (Inkomstenbelasting over winsten en vermogensinkomsten)

Een bijzondere vorm van inkomstenbelasting is de zogenaamde vermogenswinstbelasting. In Nederland kennen wij deze belasting niet, maar in Spanje krijgen zowel residenten als niet-residenten te maken met deze vermogenswinstbelasting indien zij onroerend goed verkopen. De verschuldigde vermogenswinstbelasting wordt dan berekend over het verschil tussen de waarde van het onroerend goed bij aankoop (zoals vermeld in de “oude” Escritura) en de waarde van het onroerend goed bij verkoop (zoals vermeld in de “nieuwe” Escritura). De gemaakte kosten i.v.m. de aankoop en verkoop van het onroerend goed mogen van de winst worden afgetrokken, waardoor de belastbare winst en daarmee ook de vermogenswinstbelasting lager uitvalt. Het gaat dan om:

–  de betaalde overdrachtsbelasting (of IVA bij nieuwbouw);

–  de gemaakte notariskosten, advocaatkosten en makelaarskosten;

–  de inschrijvingskosten in het Registro en het Catastro;

–  de renovatie- of uitbreidingskosten (géén onderhoudskosten) aan de woning, mits aantoonbaar

met officiële vergunning (Escritura de Obra Nueva) en met officiële IVA-facturen.

Voor de vermogenswinstbelasting gelden in Spanje de volgende tarieven:

INKOMSTENBELASTING OVER WINSTEN EN VERMOGENSINKOMSTEN

Belastbare (vermogens)winst Tarief 
Van  €  0   –   €  6.000 19%
Van  €  6.000   –   €  200.000 21%
Boven  €  200.000 26%

 

Voor residenten geldt dat men geen vermogenswinstbelasting is verschuldigd bij verkoop van de eigen woning (die tot hoofdverblijf diende), indien men binnen twee jaar de volledige verkoopsom  herinvesteert in een andere eigen woning of – maar dat geldt alleen voor residenten ouder dan 65 jaar – in een lijfrentepolis. Voorwaarde is wel dat men minimaal drie jaar in de woning heeft gewoond.

Voor niet-residenten geldt deze regeling niet. Zij zijn bij iedere verkoop van een woning de volledige vermogenswinstbelasting verschuldigd. Voor hen geldt verder dat bij verkoop van de woning de notaris verplicht is om 3% van de verkoopsom in te houden en af te dragen aan de Spaanse fiscus. Deze inhouding van 3% is geen eindheffing, maar een voorschot. De verkoper is verplicht om binnen 3 maanden aangifte te doen van de verkoop van zijn woning en aan te geven wat de werkelijke vermogenswinst is. Indien de al afgedragen 3% niet toereikend is, moet er worden bijbetaald.

Vermogensbelasting  

Fiscaal residenten worden in Spanje vanaf 2011 (weer) aangeslagen voor de vermogensbelasting (meestal kortweg Patrimonio genoemd), indien hun wereldwijde vermogen (onroerend goed, effectenportefeuille, banktegoeden) op 31 december hoger is dan € 700.000 per belastingplichtige. Drie jaar eerder was deze vermogensbelasting juist afgeschaft, maar de economische crisis maakte het noodzakelijk om de vermogensbelasting opnieuw in te voeren. De Spaanse overheid benadrukte in 2011 dat de herinvoering van de vermogensbelasting van tijdelijke aard zou zijn en dat deze weer afgeschaft zou worden zodra de economische situatie het zou toelaten. Op dit ogenblik is men in Spanje boven een bepaalde drempel echter nog steeds aangifteplichtig voor de vermogensbelasting.

De waarde van een eerste eigen woning in Spanje is in deze belastingvrije voet van € 700.000 inbegrepen. Voor fiscaal residenten geldt wel dat de eigen woning die dient tot hoofdverblijf een afzonderlijke vrijstelling kent van maximaal  € 300.000,- per belastingplichtige.

Niet-residenten zijn eveneens belastingplichtig voor de Spaanse vermogensbelasting, maar alleen voor de bezittingen die zij in Spanje aanhouden. Voor hen geldt eveneens de belastingvrije voet van € 700.000 per belastingplichtige, maar niet de vrijstelling voor een eigen woning van € 300.000 per persoon, omdat voor hen de Spaanse woning geen hoofdverblijf is.

Men ontvangt voor de Spaanse aangifte vermogensbelasting geen kennisgeving of aangiftebiljet. Men moet zelf het initiatief nemen om deze aangifte tijdig (d.w.z. vóór 30 juni) in te dienen wanneer het vermogen de vrijstellingen overstijgt.

Daarnaast heeft iedere fiscaal resident in Spanje de verplichting om vóór 31 maart (via modélo 720) opgave te doen aan de Spaanse fiscus van zijn buitenlandse vermogen indien dit vermogen de € 50.000 overschrijdt. Deze opgave is alleen bedoeld ter informatie van de Spaanse fiscus. Men hoeft als fiscaal resident over een buitenlands vermogen (tot aan de vrijstellingsgrens) geen belasting te betalen in Spanje.

Voor de vermogensbelasting gelden in Spanje de onderstaande landelijke tarieven. Hierbij moet (weer) worden aangetekend dat de verschillende deelstaten in Spanje in fiscaal opzicht autonoom zijn, wat betekent dat zij binnen door de overheid vastgestelde marges zelf de hoogte van hun fiscale tarieven en vrijstellingen mogen bepalen.

Belastbaar vermogen Tarief 
Tot   €  167.129 0,2%
€  167.129    –   €  334.253 0,3%
€  334.253   –   €  668.500 0,5%
€  668.500   –   €  1.337.000 0,9%
€  1.337.000   –   €  2.674.000 1,3%
€  2.674.000   –   €  5.347.998 1,7%
€  5.347.998   –   €  10.695.996 2,1%
Boven   €  10.695.996 2,5%

 


Onroerendgoedbelasting

Iedere eigenaar van onroerend goed (resident of niet-resident) in Spanje betaalt jaarlijks tussen de 0,3% en 0,9% (met uitschieters tot 1,3%) onroerendgoedbelasting (meestal kortweg IBI genoemd) over de waarde van zijn onroerend goed. Deze waarde, de valor catastral, wordt door de gemeente vastgesteld. Het is niet ongebruikelijk dat er op gezette tijden (aanzienlijke)  verhogingen van de valor catastral plaatsvinden, omdat gemeentes ernaar streven om de kadastrale waarde dichter aan te laten sluiten bij de reële marktwaarde van het onroerend goed.
De gemeente stuurt jaarlijks (meestal tussen juni en september) een aanslag die men vervolgens kan betalen bij het gemeentelijke belastingkantoor (SUMA). Na de eerste aanslag en betaling kan men de IBI in het vervolg ook via automatische incasso regelen. Hiertoe dient men bij het belastingkantoor een formulier (domiciliado) in te vullen, zodat de IBI jaarlijks automatisch van de Spaanse bankrekening wordt afgeschreven. Behalve een aanslag van de onroerendgoedbelasting ontvangt men in veel regio’s nog een aanvullende belastingaanslag van de gemeente in verband met de afvalstoffenheffing (Basuras). Ook deze aanslag kan via automatische betaling worden voldaan.


Belasting over waardevermeerdering van de grond

Deze belasting over de waardestijging van bebouwde grond – in Spanje kortweg Plusvalía genoemd – dient de eigenaar bij verkoop (of erfenis of schenking) van zijn woning aan de gemeente te betalen. De Plusvalía wordt dus niet geheven over de waardestijging van het totale onroerend goed, maar alleen over de waardestijging van de grond waarop de woning staat. Ook bij verkoop van een appartement dient over het deel van de grond dat tot het betreffende appartement wordt gerekend Plusvalía te worden betaald. Voor de berekening van de Plusvalía neemt de gemeente de kadastrale waarde van de grond als uitgangspunt. De hoogte van de belasting is vervolgens afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente en het aantal jaren dat de verkoper eigenaar van de grond was . De maximumperiode waarover deze belasting in Spanje wordt berekend, is in principe 20 jaar.


Overdrachtsbelasting (en zegel- of documentenbelasting)

Als men een huis koopt van een particulier, dan betaalt men in Spanje overdrachtsbelasting over het in de Escritura vermelde bedrag. Het standaardtarief is 10%, maar afhankelijk van de provincie waar het huis staat kan het ITP-tarief variëren van 6% tot 11%. Daarnaast betaalt men zegel- of documentenbelasting, de zogenaamde AJD , die varieert van 0,5% tot 1,5%, ook weer afhankelijk van provincie en gemeente.
Als men van een projectontwikkelaar of aannemer koopt, betaalt men geen overdrachtsbelasting, maar 10% IVA (BTW).
Om minder overdrachtsbelasting te hoeven betalen, werd (en wordt) in de Escritura vaak een lagere waarde dan de werkelijke waarde vermeld. Echter, bij verkoop van de woning dient men in Spanje belasting te betalen over de winst. Een lagere aankoopwaarde in de Escritura betekent dat de winst bij verkoop hoger wordt en men een hogere vermogenswinstbelasting dient te betalen. Daarmee is het aanvankelijke voordeel weer tenietgedaan. Bovendien kan het voorkomen dat de koper te maken krijgt met een naheffing (plus rente en boete), als blijkt dat de opgegeven waarde in de Escritura duidelijk lager is dan de reële marktwaarde.


BTW (en zegel- of documentenbelasting)

Bij transacties van onroerend goed wordt BTW (in Spanje IVA genoemd) alleen in rekening gebracht bij aankoop of (ver)bouw van een woning via een projectontwikkelaar of aannemer. Indien men van een particulier onroerend goed koopt, dan betaalt men geen IVA maar ITP (overdrachtsbelasting).

Vanaf 2013 kent men in Spanje alleen nog een laag BTW-tarief van 10% en een hoog BTW-tarief van 21%. Als men bouwgrond van een projectontwikkelaar of aannemer koopt, betaalt men 21% IVA over de aankoopprijs van de grond. Als men bouwgrond koopt en direct een huis daarop laat bouwen door een projectontwikkelaar of aannemer, dan betaalt men 10% IVA over het geheel. Koopt men eerst de grond, dan betaalt men 21% IVA, ook als men er later een huis op laat bouwen. Over deze nieuwbouw betaalt men dan 10% IVA. Als men tegelijkertijd een garage of een zwembad bij de nieuwbouw laat bouwen, betaalt men ook daarover 10% IVA. Laat men echter in een later stadium bij een bestaand huis een zwembad of een garage bouwen, dan betaalt men 21% IVA. Koopt men een bestaand huis van een projectontwikkelaar of aannemer, dan betaalt men 10% IVA. Over kleinere verbouwingen (die minder dan 25% van de kadastrale waarde bedragen) betaalt men 21% IVA. Over grotere verbouwingen (die meer dan 25% van de kadastrale waarde bedragen) betaalt men 10% IVA.

Behalve met de bovengenoemde IVA krijgt men ook nog te maken met zegel- of documentenbelasting, de zogenaamde AJD. Deze zegel- of documentenbelasting varieert van 0,5% tot 1,5% en verschilt per provincie en zelfs per gemeente.


Bouwbelasting

Wie in Spanje een woning laat bouwen, is naast de kosten van een bouwvergunning ook gemeentelijke  bouwbelasting verschuldigd over de door de architect of aannemer opgegeven bouwkosten van een woning. Deze bouwbelasting verschilt per gemeente. Het basistarief bedraagt 2%, maar kan dus ook hoger uitvallen. De bouwbelasting is verschuldigd op het moment dat er met de bouw wordt gestart, ongeacht of de gemeente al een bouwvergunning heeft afgegeven. Zodra de woning wordt opgeleverd, dient er door de notaris een Escritura de Obra Nueva (akte van nieuwbouw) te worden opgemaakt. Over de in deze Escritura opgenomen waarde wordt door de gemeente nog eens tussen de 0,5% en 1% bouwbelasting geheven. Ook dit percentage verschilt per gemeente.


Erfbelasting

Indien een Nederlander die in Spanje resident is komt te overlijden, dan krijgen de in Nederland woonachtige erfgenamen te maken met zowel de Nederlandse als de Spaanse erfbelasting (ISD genaamd). Hetzelfde geldt in geval de overledene geen resident is in Spanje, maar daar wel bezittingen heeft, bijvoorbeeld onroerend goed. In de regel moet er door de erfgenamen dan zowel in Spanje als in Nederland aangifte voor de erfbelasting worden gedaan.

Als de erfgenamen in Nederland woonachtig zijn, dan moet er in Nederland over de volledige nalatenschap belasting worden betaald en in Spanje over de daar aanwezige bezittingen. Het eventueel dubbel betaalde kan dan in Nederland worden verrekend.

In onderstaande tabel staan de tarieven erfbelasting vermeld zoals deze door de centrale belastingdienst in Madrid worden toegepast op een in Spanje belastbare nalatenschap.

TARIEVEN SPAANSE ERFBELASTING

Belastbare som (afgerond) vanaf Belastbare som (afgerond) tot Verschuldigd tot begin tariefschijf Percentage over het meerdere
€                  0 €          7.993 €                 0            7,65 %
€          7.993 €        15.980 €             611            8,50 %
€        15.980 €        23.968 €          1.290            9,35 %
€        23.968 €        31.955 €          2.037          10,20 %
€        31.955 €        39.943 €          2.851          11,05 %
€        39.943 €        47.930 €          3.734          11,90 %
€        47.930 €        55.918 €          4.685          12,75 %
€        55.918 €        63.905 €          5.703          13,60 %
€        63.905 €        71.893 €          6.789          14,45 %
€        71.893 €        79.880 €          7.943          15,30 %
€        79.880 €      119.757 €          9.166          16,15 %
€      119.757 €      159.635 €        15.606          18,70 %
€      159.635 €      239.389 €        23.063          21,25 %
€      239.389 €      398.777 €        40.011          25,50 %
€      398.777 €      797.555 €        80.655          29,75 %
€      797.555          >>> €      199.291          34,00 %

 

VRIJSTELLINGEN SPAANSE ERFBELASTING

In onderstaande tabel staan de mogelijke vrijstellingen voor erfgenamen/begunstigden aangegeven volgens de regelgeving van de centrale overheid (de Normativa Estatal).

De regionale Comunidades Autónomas hebben de vrijheid afwijkende regelingen te hanteren. Deze autonome regelingen zijn vaak veel gunstiger voor erfgenamen dan de landelijke Normativa Estatal.

Op deze regionale regelingen kunnen niet alleen residente erfgenamen aanspraak maken, maar sinds 2015 hebben ook niet-residente erfgenamen deze mogelijkheid. Alleen in het geval een Comunidad Autónoma geen eigen regeling heeft, wordt de landelijke Normativa Estatal nog toegepast.

 

Categorie    Relatie tot erflater Vrijstelling (afgerond)
         1
  • (Adoptief)kinderen  jonger dan 21 jaar
€  15.957 +  €  3.991
voor elk jaar onder 21 jaar,
met maximum van  €  47.859
         2
  • (Adoptief)kinderen  ouder dan 21 jaar
  • Echtgeno(o)t(e)
 

€  15.957

         3
  • Broers/zussen
  • Ooms/tantes
  • Neven/nichten
  • Overige bloedverwanten tot  de 4e graad
 

€  7.993

         4
  • Overigen (onder wie ongehuwd samenwonenden)
€  0