Erfrechtpositie ongehuwd samenwonenden in Spanje

In Nederland zijn gehuwden en geregistreerde partners in juridisch en fiscaal opzicht aan elkaar gelijkgesteld en hebben zij automatisch dezelfde rechten (en plichten) jegens elkaar, bijvoorbeeld het erfrecht. Verder zijn gehuwden en geregistreerd partners in Nederland automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd/geregistreerd indien er testamentair geen voorwaarden zijn vastgelegd. Ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden kunnen in Nederland op dit alles ook aanspraak maken, maar dat is geen automatisme. Daarvoor is een notarieel samenlevingscontract nodig, waarin alle rechten en plichten die men wenst expliciet dienen te worden opgenomen.
In Spanje ligt dit anders. In Spanje worden ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden niet gelijkgesteld aan gehuwden en komen zij dus ook niet in aanmerking voor de juridische en fiscale faciliteiten waarop gehuwden wel aanspraak kunnen maken. Ook geregistreerde partners worden in Spanje lang niet in alle opzichten gelijkgesteld aan gehuwden, waardoor er problemen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld bij overlijden.
Een complicerende factor hierbij is nog het feit dat in Spanje weliswaar een erfrechtregeling van de centrale overheid bestaat, maar dat elke autonome regio (Comunidad Autónoma) van deze centrale regeling mag afwijken en binnen bepaalde grenzen zijn eigen juridische en fiscale regeling mag toepassen. Voor ongehuwd samenwonenden is het daarom zaak om goed op de hoogte te zijn van de erfrechtelijke en fiscale regelgeving in de betreffende regio.
Zoals gezegd, wordt in de Spaanse nationale wetgeving het geregistreerd partnerschap (nog) niet erkend en dit geldt eveneens voor verschillende autonome regio’s. Als een Comunidad Autónoma het geregistreerd partnerschap juridisch niet erkent, kan dit bijvoorbeeld bij overlijden van een van de partners ongewenste gevolgen hebben voor de overblijvende partner. Indien er geen testament is opgemaakt met een rechtskeuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is na een verblijf van 5 jaar in Spanje het Spaanse erfrecht van toepassing. En dit pakt voor de langstlevende partner bijzonder nadelig uit, omdat de nalatenschap dan niet naar de langstlevende maar naar de overige erfgenamen gaat. Dit onderstreept opnieuw hoe belangrijk het is om een testament met een keuze voor het Nederlandse erfrecht te laten opmaken!
Maar ook al wordt in een Comunidad het geregistreerd partnerschap (al of niet onder voorwaarden) erkend, dan betekent dit nog niet dat er sprake is van fiscale gelijkstelling aan gehuwden. Al heeft men een testament (met een keuze voor het Nederlandse erfrecht) laten opmaken, dan toch beschouwt de Spaanse fiscus de samenwonende partners in fiscaal opzicht als “vreemden” van elkaar en vallen zij in de hoogste Spaanse erfbelastingtarieven. Gehuwden zijn daarom duidelijk in het voordeel als het gaat om de fiscale afwikkeling van een nalatenschap.
Hierbij kan overigens worden aangetekend dat in Spanje sinds 2005 ook huwelijken van partners van gelijk geslacht worden erkend, ook als die huwelijken vóór de ingangsdatum van de wet zijn gesloten.