Erfrecht en erfbelasting in Spanje

Is het inschakelen van begeleiding bij Spaanse erfbelastingkwesties zinvol?

Het is zaak om de fiscale afwikkeling van een nalatenschap vanaf het eerste begin deskundig te laten begeleiden, zodat tijdig de juiste voorzieningen worden getroffen en er tijdens de afwikkeling op wordt toegezien dat de juiste regelgeving wordt toegepast. Erflaters doen er daarom ook verstandig aan om hun internationale nalatenschap tijdig en via een op maat gesneden testament te regelen. Het komt helaas maar al te vaak voor dat een erflater in de veronderstelling is dat zijn nalatenschap goed geregeld is, terwijl zijn erfgenamen later te maken krijgen met grote fiscale tegenvallers in Spanje.

Vaak is de oorzaak van deze onjuiste inschatting te wijten aan het feit dat het testament wel de Nederlandse zaken afdoende regelt, maar geen recht doet aan de specifieke Spaanse aspecten van een nalatenschap. Een Nederlandse notaris is bij uitstek deskundig op het gebied van het Nederlandse erfrecht en de Nederlandse erfbelasting, maar niet op het gebied van het Spaanse erfrecht en de Spaanse fiscale wetgeving. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de Spaanse notaris als het gaat om het Nederlandse erfrecht en de Nederlandse fiscale wetgeving. Daar komt nog bij dat in Spanje aan de ene kant een centrale regeling bestaat voor wat betreft vererving en fiscale afwikkeling, maar dat aan de andere kant de 17 onafhankelijke regio’s (Comunidades Autónomas) in Spanje ieder hun eigen belastingregime kennen. Dat betekent dat het qua erfbelasting nogal wat kan uitmaken in welke regio een nalatenschap vererft.

Een deskundige begeleider kan zowel erflaters als Nederlandse en Spaanse notarissen adviseren bij het opstellen of aanpassen van internationale testamenten. Het testament moet zodanig worden opgesteld dat enerzijds gebruik wordt gemaakt van de ruime mogelijkheden die het Nederlandse erfrecht kent en anderzijds moet er optimaal gebruik worden gemaakt van de fiscale faciliteiten die in de betreffende Comunidad in Spanje mogelijk zijn. Een goede afstemming kan duizenden euro’s aan erfbelasting schelen.

Su Casa Servicebureau heeft ruim 30 jaar ervaring op het gebied van Spaans-Nederlandse erfrechtkwesties en de fiscale afwikkeling van Spaans-Nederlandse nalatenschappen en werkt daartoe nauw samen met gespecialiseerde notarissen in Nederland en Spanje.

 

Waarom is het voor een Nederlander die resident is in Spanje verstandig om een keuze voor het Nederlandse erfrecht in het testament op te nemen?

Vanaf 2015 is het erfrecht van het land waar de overledene zijn laatste “gewone verblijfplaats” had van toepassing is op de vererving van de nalatenschap. Op deze regel bestaat één uitzondering, namelijk wanneer de overledene in zijn testament heeft laten opnemen dat het erfrecht van het land van zijn nationaliteit dient te worden toegepast en niet het erfrecht van het land van zijn “gewone verblijfplaats”. Een Nederlander die in Spanje resident is, kan er dus voor kiezen om het Nederlandse erfrecht van toepassing te verklaren op zijn volledige nalatenschap door deze rechtskeuze in zijn testament op te nemen. Doet hij dit niet, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op zijn gehele vermogen, ook op het deel van het vermogen dat zich in Nederland (of elders in Europa) bevindt. Dit Spaanse erfrecht is echter veel ongunstiger voor de langstlevende echtgenoot of  zijn overige erfgenamen. Voor een resident is een keuze voor het Nederlandse erfrecht daarom aan te bevelen. Het Nederlandse erfrecht kent  veel meer mogelijkheden om de vererving en afwikkeling van een internationale nalatenschap af te stemmen op iemands persoonlijke wensen en omstandigheden.

In dit verband is ook het  laten opmaken van een Nederlands testament in plaats van een Spaans testament de beste optie. Alleen een Nederlandse notaris heeft de expertise in huis om een testament volledig volgens de mogelijkheden van het Nederlandse erfrecht op te stellen.

Indien u de keuze voor het Nederlandse erfrecht notarieel wilt laten vastleggen, adviseren wij u van tevoren contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

 

Waarom is het voor een Nederlander die geen resident is in Spanje maar daar wel een woning bezit verstandig om een keuze voor het Nederlandse erfrecht in het testament op te nemen? 

Een Nederlander die in Spanje resident is, doet er verstandig aan om het Nederlandse erfrecht van toepassing te verklaren op zijn volledige nalatenschap door deze rechtskeuze in zijn testament op te nemen. Doet hij dit niet, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op zijn gehele vermogen, ook op het deel van het vermogen dat zich in Nederland (of elders in Europa) bevindt. Dit kan heel ongunstig uitpakken voor de langstlevende echtgenoot of zijn overige erfgenamen.

Een Nederlander die geen resident is in Spanje, maar in Nederland woont en bijvoorbeeld alleen een vakantiewoning in Spanje bezit, zou op grond van bovenstaande bepaling zijn keuze voor het Nederlandse erfrecht niet per se in zijn testament hoeven op te nemen. Toch is het verstandig om dit wel te doen.

Zo komt het regelmatig voor dat mensen in de loop der jaren (bijvoorbeeld na pensionering) vaker en langer van hun vakantiewoning in Spanje gebruik gaan maken. Bij overlijden van een van hen zou dit door (een van de) erfgenamen om moverende redenen aangegrepen kunnen worden om te stellen dat de laatste “gewone verblijfplaats” van de erflater niet in Nederland, maar in Spanje was gelegen. In dat geval zou het Spaanse erfrecht van toepassing zijn op de totale nalatenschap, ook al was de erflater ingeschreven en belastingplichtig in Nederland. Het gevolg hiervan zou zijn dat erfgenamen aanspraak kunnen maken op de nalatenschap ten koste van de langstlevende partner. Deze zou zich dan genoodzaakt kunnen zien de woning te verkopen om het erfdeel van de erfgenamen uit te kunnen keren. Een keuze voor het Nederlandse erfrecht voorkomt deze situatie en biedt de langstlevende partner een optimale bescherming.

Indien u de keuze voor het Nederlandse erfrecht notarieel wilt laten vastleggen, adviseren wij u van tevoren contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

 

Hoe breng ik mijn rechtskeuze uit?

Een erflater heeft de mogelijkheid om in plaats van het erfrecht van het land van zijn laatste “gewone verblijfplaats” te kiezen voor het erfrecht van het land van zijn nationaliteit. Een Nederlander die in Spanje resident is of daar als niet-resident bezittingen heeft, kan er dus voor kiezen om het Nederlandse erfrecht van toepassing te laten zijn op zijn volledige nalatenschap.

De keuze voor het Nederlandse erfrecht dient testamentair te worden vastgelegd door een notaris. Deze rechtskeuze kan bestaan uit een aparte clausule binnen een testament, maar kan ook in een afzonderlijke notariële akte worden vastgelegd.

De erflater kan de gemaakte rechtskeuze te allen tijde wijzigen door het bestaande testament te laten aanpassen of een nieuw testament te laten opstellen.

Indien u de keuze voor het Nederlandse erfrecht notarieel wilt laten vastleggen, adviseren wij u van tevoren contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

 

Met welke Spaanse belastingen krijgen erfgenamen te maken bij de afhandeling van een Spaanse nalatenschap?

Nabestaanden van een overledene die in Spanje bezittingen heeft, krijgen altijd te maken met de Spaanse erfbelasting en  – indien de overledene Spaans onroerend goed nalaat –  ook met de Spaanse PlusValía-belasting.

Erfbelasting

In Spanje bepaalt elke Comunidad Autónoma zijn eigen erfbelastingregime. Dat betekent dat niet alleen de tarieven van de verschillende regio’s in Spanje verschillend (kunnen) zijn, maar dat ook de vrijstellingen waarop nabestaanden een beroep kunnen doen bij hun aangifte erfbelasting (sterk) uiteen kunnen lopen. Zo kan de langstlevende echtgenoot in Catalonië  rekenen op een vrijstelling van 99% en de kinderen op een vrijstelling van tussen de 90 en 99% (bij een verkrijging tot € 500.000,-). Andalusië kent zelfs een vrijstelling van € 1.000.000, – voor de langstlevende echtgenoot en voor elk afzonderlijk kind, terwijl de langstlevende echtgenoot en de kinderen in de provincie Valencia aanmerkelijk zwaarder worden aangeslagen. Zij kunnen slechts rekenen op een vaste vrijstelling van € 100.000,- en een aanvullende vrijstelling van 50% over het meerdere.
In elk geval dient in Spanje bij de verkrijging van een nalatenschap altijd aangifte erfbelasting te worden gedaan, zonder dat dit automatisch betekent dat er ook daadwerkelijk erfbelasting betaald moet worden.

PlusValía-belasting

Behalve de erfbelasting kan in Spanje nog een andere belasting op een vererving van toepassing zijn. Dat doet zich voor wanneer de erflater in het bezit is van Spaans onroerend goed. Het gaat dan om de gemeentelijke PlusValía-belasting, oftewel de belasting over de waardevermeerdering van de grond vanaf het moment van verkrijging tot het moment van overlijden. Het betreft in dit geval alleen de waardevermeerdering van de grond die tot het onroerend goed behoort, dus niet de opstal. Deze PlusValía-belasting kan aanzienlijk zijn wanneer de grond langere tijd in het bezit was van de erflater.

Als je in je testament kiest voor Nederlands erfrecht, hoef je dan in Spanje geen erfbelasting te betalen?

Als een Nederlander met bezittingen in Spanje komt te overlijden, dan moet er in Spanje altijd aangifte erfbelasting worden gedaan. De nieuwe Europese erfrechtverordening bepaalt sinds 2015 weliswaar of het Spaanse of het Nederlandse erfrecht van toepassing is op zijn nalatenschap, maar heeft geen invloed op de wijze waarop in Spanje of in Nederland erfbelasting wordt geheven over een nalatenschap. Men kan in een testament dus wel een keuze maken  voor het Nederlandse erfrecht, maar men kan niet kiezen voor de Nederlandse erfbelasting in plaats van de Spaanse.
De Nederlandse fiscus gaat bij het heffen van erfbelasting uit van de “gewone verblijfplaats” van de overledene. Als de erflater dus in Nederland woonde, wordt zijn volledige nalatenschap door de Nederlandse fiscus belast. Dit geldt eveneens voor het geval de erflater in Spanje woonde, maar een keuze voor het Nederlandse erfrecht in zijn testament heeft laten opnemen.
De Spaanse fiscus daarentegen gaat bij het heffen van erfbelasting uit van de woonplaats van de erfgena(a)m(en). Als de overledene dus in Spanje woonde, maar de erfgena(a)m(en) in Nederland, dan wordt niet zijn volledige nalatenschap door de Spaanse fiscus belast, maar alleen de goederen die zich in Spanje bevinden (de zogenaamde situs-goederen).

Indien de overledene (met de Nederlandse nationaliteit) in Nederland woonde en in Spanje een vakantiewoning had, dan wordt er dus niet alleen in Nederland (over de gehele nalatenschap), maar ook in Spanje (over de waarde van de vakantiewoning) erfbelasting geheven. Dit zou echter betekenen dat de erfgenamen dubbele erfbelasting betalen over de waarde van de Spaanse vakantiewoning. Om dit te voorkomen, verrekent de Nederlandse fiscus bij het vaststellen van de aanslag de in Spanje afgedragen erfbelasting met de in Nederland verschuldigde erfbelasting.

Hoe kun je voorkomen dat er dubbele erfbelasting wordt geheven?

Nederland heeft met Spanje wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing voor wat betreft de inkomsten- en vermogensbelasting, maar NIET voor wat betreft de erfbelasting. Dat betekent dat Nederland en Spanje ieder zelf kunnen bepalen of er erfbelasting over (delen van) een internationale nalatenschap verschuldigd is en hoeveel. Soms kan het ontbreken van een dergelijk verdrag ertoe leiden dat erfgenamen zowel in Nederland als in Spanje erfbelasting verschuldigd zijn.
Dit zou het geval kunnen zijn indien de overledene in Nederland woonde en in Spanje een vakantiewoning bezat. De erfgenamen worden dan in Nederland aangeslagen voor de gehele nalatenschap en in Spanje voor de waarde van de vakantiewoning (volgens het situs-beginsel). Dit zou betekenen dat de waarde van de vakantiewoning dubbel wordt belast. Om dit te voorkomen kent Nederland het Besluit voorkoming dubbele belasting. Deze Nederlandse fiscale regeling verleent in zo’n geval een vermindering van de in Nederland verschuldigde erfbelasting.
In dit verband is het ook van belang te weten dat Nederland nog steeds een zogenaamde woonplaatsfictie van 10 jaar kent. Deze woonplaatsfictie van 10 jaar houdt in dat de nalatenschap van een Nederlander die naar Spanje is geëmigreerd maar nog geen 10 jaar in Spanje woont, ook in Nederland wordt belast voor de erfbelasting. Aangezien hier sprake is van dubbele belastingheffing, kunnen erfgenamen een beroep doen op het Besluit voorkoming dubbele belasting. De in Spanje betaalde erfbelasting wordt in dat geval in mindering gebracht op de verschuldigde Nederlandse erfbelasting.

Wat wordt verstaan onder de “gewone verblijfplaats” van een erflater?

In de nieuwe Europese erfrechtverordening wordt met de aanduiding “gewone verblijfplaats” de laatste feitelijke woonplaats van een erflater bedoeld. De vaststelling van deze “gewone verblijfplaats” is bepalend voor het erfrecht dat van toepassing is op de nalatenschap. Het gaat dan niet puur om de vaststelling van iemands woonadres, maar met name om de vaststelling van de plaats waar de spil van iemands  maatschappelijke leven en activiteiten is gelegen. Hieruit moet blijken of er sprake is van een nauwe band met het land in kwestie. Er zijn diverse criteria, zoals de frequentie, de duur en de motieven van iemands verblijf, om te bepalen waar iemands “gewone verblijfplaats” feitelijk is gelegen. Een inschrijving in een bevolkingsregister of het belastingplichtig zijn in een bepaald land kunnen van belang zijn, maar hoeven voor deze vaststelling niet per se bepalend te zijn.

Hoe is in Spanje de “legitieme portie” voor kinderen en partner geregeld?

In Nederland hebben bepaalde erfgenamen (kinderen of kleinkinderen) altijd recht op hun wettelijk erfdeel, oftewel hun legitieme portie, ook als zij door de erflater zijn onterfd. Binnen het erfrecht worden zij “legitimarissen” genoemd. Dit wettelijk erfdeel bestaat uit de helft van wat een erfgenaam ontvangt indien er geen testament was geweest. Het wettelijk erfdeel heeft altijd betrekking op geld en nooit op goederen uit de nalatenschap. In het geval er bijvoorbeeld vier erfgenamen zijn, is het wettelijk erfdeel voor ieder 1/8 deel van de waarde van de nalatenschap. Dit betekent dat 4/8 deel van de nalatenschap als wettelijk erfdeel kan worden opgevraagd en dat 4/8 deel van de nalatenschap vrij door de erflater kan worden toebedeeld. Indien een onterfde erfgenaam zijn wettelijk erfdeel wil opeisen, dient hij dit binnen een termijn van 5 jaar na overlijden van de erflater te doen.

Let wel: een echtgenoot of geregistreerd partner is wel erfgenaam, maar geen legitimaris en heeft dus geen recht op een legitieme portie.

In Spanje is dit anders geregeld. Wanneer kinderen (of kleinkinderen) de erfgenamen zijn, wordt volgens het Spaanse erfrecht een nalatenschap opgesplitst in 3 gelijke delen. Het eerste deel (de legítima forzosa) is bestemd voor de kinderen (of kleinkinderen) die recht hebben op een wettelijk deel van de nalatenschap, oftewel een legitieme portie. Het tweede deel (de tercio de mejora) kan door de erflater willekeurig over de kinderen (of kleinkinderen) worden verdeeld: ieder voor een gelijk deel, voor een ongelijk deel of in het geheel niet. Het derde deel (de tercio de libre disposición) tenslotte is bestemd voor personen of organisaties aan wie de erflater iets wil nalaten (de legatarissen).

Ook de langstlevende echtgenoot heeft in Spanje recht op een soort “legitieme portie” wanneer deze in het testament niet of onvoldoende bedeeld wordt. Bij aanwezigheid van kinderen (of kleinkinderen) krijgt de langstlevende partner het vruchtgebruik van 1/3e deel van de nalatenschap (de tercio de mejora). Bij afwezigheid van kinderen (of kleinkinderen) krijgt de langstlevende partner het vruchtgebruik van 2/3e deel van de nalatenschap.

Hoe is in Spanje de verdeling van een nalatenschap geregeld?

Indien een overledene met de Nederlandse nationaliteit en met zijn gewone verblijfplaats in Spanje geen testament heeft opgemaakt of een (langstlevende-) testament heeft zonder een duidelijke rechtskeuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op de vererving en afwikkeling van zijn nalatenschap.

De nalatenschap wordt dan volgens Spaans erfrecht als volgt verdeeld onder de wettelijke erfgenamen:

  • Als de erflater kinderen heeft, erven zij ieder voor een gelijk deel; in het geval een van deze kinderen overleden is, erven diens eventuele kinderen gezamenlijk het oorspronkelijke erfdeel van hun overleden ouder en ieder voor een gelijk deel;
  • Als de erflater geen kinderen heeft, maar zijn ouders nog wel in leven zijn, dan erven zijn ouders ieder voor een gelijk deel; is nog maar één van zijn ouders in leven, dan erft deze de volledige nalatenschap; zijn beide ouders niet meer in leven, dan vererft de nalatenschap aan de eventueel nog in leven zijnde grootouders;
  • Als de erflater geen (klein)kinderen en geen (groot)ouders nalaat, dan vererft de volledige nalatenschap aan de overblijvende echtgenoot;
  • Als de erflater geen (klein)kinderen, geen (groot)ouders en geen echtgenoot nalaat, dan erven eventuele broers en zussen ieder voor een gelijk deel;
  • Als de erflater naast de eerdergenoemde erfgenamen ook geen broers of zussen nalaat, dan erven de overige bloedverwanten (tot de vierde graad) de nalatenschap; mochten er geen bloedverwanten tot de vierde graad zijn, dan vervalt de nalatenschap aan de Spaanse staat.

Zoals uit bovenstaande verdeling blijkt, is binnen het Spaanse erfrecht de positie van de langstlevende partner bij lange na niet zo gunstig als binnen het Nederlandse erfrecht.

Hoe is in Spanje de erfrechtpositie van de langstlevende partner geregeld?

Indien een overledene met de Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Spanje geen testament heeft opgemaakt of een (langstlevende-) testament heeft zonder een duidelijke keuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op de vererving en afwikkeling van zijn nalatenschap. Voor de achterblijvende echtgenoot kan dit een ernstig probleem opleveren, omdat het Spaanse erfrecht bij lange na niet de bescherming biedt waarop de langstlevende in Nederland kan rekenen. Volgens het Spaanse erfrecht erven de kinderen van de erflater ieder een gelijk en direct opeisbaar deel van de nalatenschap, terwijl de overblijvende echtgenoot slechts het vruchtgebruik krijgt van 1/3e deel van de nalatenschap.

Mocht de erflater geen kinderen hebben, maar wel nog ouders (of grootouders), dan erven de ouders (of grootouders) de volledige en direct opeisbare nalatenschap. De overblijvende echtgenoot krijgt slechts het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap.

Pas wanneer de erflater geen kinderen (of kleinkinderen) heeft en er geen ouders (of grootouders) in leven zijn, erft de langstlevende echtgenoot de gehele nalatenschap in volledig eigendom.

Zelfs wanneer de erflater in bovenstaande situatie een langstlevende-testament naar Nederlands model zou hebben opgemaakt, kan de langstlevende echtgenoot (ernstig) in de problemen komen, omdat de erfgenamen volgens het Spaanse erfrecht altijd hun legitieme portie kunnen opeisen.

Bovenstaande regeling laat zien dat het Spaanse erfrecht niet in de schaduw kan staan van het Nederlandse erfrecht als het gaat om de bescherming van de rechtspositie van de overblijvende echtgenoot. Binnen het Nederlandse erfrecht is de overblijvende echtgenoot via een langstlevende-testament volledig beschermd doordat het erfdeel van de kinderen pas opeisbaar wordt als de langstlevende komt te overlijden. Bovendien kunnen in Nederland de ouders van de overledene al sinds 2003 geen aanspraak meer maken op de nalatenschap van een kind dat een echtgenoot (en/of kinderen) nalaat.

Als resident in Spanje (maar ook als niet-resident met Spaanse bezittingen)  is het daarom verstandig gebruik te maken van het keuzerecht. Door een clausule in het testament op te nemen  waarin men expliciet aangeeft te kiezen voor het Nederlandse erfrecht, voorkomt men dat er ongewenste situaties ontstaan voor de langstlevende echtgenoot.

Indien u van mening bent dat bovenstaande situatie op u van toepassing is, dan adviseren wij u contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

Wat is in Spanje de erfrechtpositie van ongehuwd samenwonenden?

In Nederland zijn gehuwden en geregistreerde partners in juridisch en fiscaal opzicht aan elkaar gelijkgesteld en hebben zij automatisch dezelfde rechten (en plichten) jegens elkaar, bijvoorbeeld m.b.t. het erfrecht. Verder zijn gehuwden en geregistreerde partners in Nederland automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd/geregistreerd indien er testamentair geen voorwaarden zijn vastgelegd. Ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden kunnen in Nederland op dit alles ook aanspraak maken, maar dat is geen automatisme. Daarvoor is een notarieel samenlevingscontract nodig, waarin alle rechten en plichten die men wenst expliciet dienen te worden opgenomen.

In Spanje ligt dit anders. In Spanje worden ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden niet gelijkgesteld aan gehuwden en komen zij dus ook niet in aanmerking voor de juridische en fiscale faciliteiten waarop gehuwden wel aanspraak kunnen maken. Ook geregistreerde partners worden in Spanje lang niet in alle opzichten gelijkgesteld aan gehuwden, waardoor er problemen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld bij overlijden.

Een complicerende factor hierbij is nog het feit dat in Spanje weliswaar een  erfrechtregeling van de centrale overheid bestaat, maar dat elke autonome regio (Comunidad Autónoma) van deze centrale regeling mag afwijken en binnen bepaalde grenzen zijn eigen juridische en fiscale regeling mag toepassen. Voor ongehuwd samenwonenden is het daarom zaak om goed op de hoogte te zijn van de erfrechtelijke en fiscale regelgeving in de betreffende regio.

Zoals gezegd, wordt in de Spaanse nationale wetgeving het geregistreerd partnerschap (nog) niet erkend en dit geldt eveneens voor verschillende autonome regio’s.  Als een Comunidad Autónoma het geregistreerd partnerschap juridisch niet erkent, kan dit bijvoorbeeld bij overlijden van een van de partners ongewenste gevolgen hebben voor de overblijvende partner. Indien er geen testament is opgemaakt met een rechtskeuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is na een verblijf van 5 jaar in Spanje het Spaanse erfrecht van toepassing. En dit pakt voor de langstlevende partner bijzonder nadelig uit, omdat de nalatenschap dan niet naar de langstlevende maar naar de overige erfgenamen gaat. Dit onderstreept opnieuw hoe belangrijk het is om een testament met een keuze voor het Nederlandse erfrecht te laten opmaken!

Maar ook al wordt in een Comunidad het geregistreerd partnerschap (al of niet onder voorwaarden) erkend, dan betekent dit nog niet dat er sprake is van fiscale gelijkstelling aan gehuwden. Al heeft men een testament (met een keuze voor het Nederlandse erfrecht) laten opmaken, dan toch beschouwt de Spaanse fiscus de samenwonende partners in fiscaal opzicht als “vreemden” van elkaar en vallen zij in de hoogste Spaanse erfbelastingtarieven. Gehuwden zijn daarom duidelijk in het voordeel als het gaat om de fiscale afwikkeling van een nalatenschap.

Hierbij kan worden aangetekend dat in Spanje sinds 2005 ook huwelijken van partners van gelijk geslacht worden erkend, ook als die huwelijken vóór de ingangsdatum van de wet zijn gesloten.

Over welke bezittingen wordt in Spanje erfbelasting geheven?

Indien een erflater resident is in Spanje en geen testament heeft met een keuze voor het Nederlands erfrecht, is diens wereldwijde nalatenschap onderhevig aan de Spaanse erfbelasting. Indien een erflater geen resident is in Spanje, wordt in Spanje alleen erfbelasting geheven over de bezittingen die zich in Spanje bevinden (volgens het zogenaamde situs-beginsel).

Tot de situs-goederen waarover in Spanje altijd erfbelasting wordt geheven behoren:

  • In Spanje gelegen onroerend goed: uitgangspunt hiervoor is niet de kadastrale waarde maar de (veel hogere) fiscale waarde van het onroerend goed;
  • De inboedel behorend bij het in Spanje gelegen onroerend goed: de waarde hiervan wordt meestal op 3% van de waarde van het onroerend goed gesteld;
  • De saldi van Spaanse bankrekeningen en beleggingsrekeningen;
  • De waarde van een effectenportefeuille;
  • Uitkeringen uit Spaanse levensverzekeringen: de waarde van een levensverzekering die uitkeert aan de kinderen is volledig belastbaar; de waarde van een levensverzekering die uitkeert aan de langstlevende echtgenoot is voor de helft belastbaar;
  • De waarde van in Spanje geregistreerde vervoermiddelen als auto’s, motoren, boten of vliegtuigen: de waarde van auto’s en motoren wordt vastgesteld aan de hand van vaste fiscale waardetabellen; de waarde van boten en vliegtuigen wordt afzonderlijk vastgesteld via taxatie.

Hoe wordt in Spanje de erfbelasting berekend?

In Spanje kan men op twee verschillende manieren worden aangeslagen voor de erfbelasting:  op landelijk niveau waarbij de tarieven voor iedereen hetzelfde zijn of op regionaal niveau waarbij de tarieven en voorwaarden per regio heel verschillend kunnen zijn. Ondanks de onderlinge verschillen is het regionale belastingstelsel meestal veel gunstiger voor erfgenamen/begunstigden dan de landelijke regeling.

De belasting die in Spanje betaald moet worden bij verkrijging van een nalatenschap wordt vastgesteld aan de hand van vier criteria:

  1. Waarde nalatenschap

Allereerst moet worden vastgesteld wat de totale waarde van de nalatenschap is (bezittingen minus schulden) en wat de waarde is van de verkrijging van iedere erfgenaam en/of begunstigde.

  1. Relatie erflater en erfgenamen/begunstigden

Vervolgens moet worden vastgesteld wat de relatie is tussen de erflater en de erfgenamen en/of begunstigden (zie onderstaande relatiecategorieën). Deze relatie bepaalt hoe groot de vrijstelling is die de erfgenamen/begunstigden in dit verband kunnen claimen. Deze vrijstellingen verminderen de belastbare som van de verkrijging.

     Categorie     Relatie tot erflater
             1
  • (Adoptief)kinderen jonger dan 21 jaar
             2
  • (Adoptief)kinderen  ouder dan 21 jaar
  • Echtgeno(o)t(e)
             3
  • Broers/zussen
  • Ooms/tantes
  • Neven/nichten
  • Overige bloedverwanten tot de 4e graad
             4
  • Overigen (onder wie ongehuwd samenwonenden)

 

  1. Verschuldigde belasting volgens tabel

Daarna kan aan de hand van de tabel worden vastgesteld hoeveel erfbelasting verschuldigd is over de verkrijging minus de vrijstelling(en).

  1. Omrekeningsfactor i.v.m. vermogen vóór verkrijging

Tot slot is ook van belang hoe groot het vermogen is dat een erfgenaam/begunstigde al bezat vóórdat hij de erfenis verkreeg. Samen met de van toepassing zijnde relatiecategorie bepaalt dit vermogen met welke omrekeningsfactor het belastingtarief moet worden vermenigvuldigd.

Voor relatiecategorie 1 en 2 is bij een vermogen tot Euro  402.700 de omrekeningsfactor 1,0 en verandert er dus niets. Voor categorie 3 en 4 is de omrekeningsfactor respectievelijk 1,5882 en 2,0.

Als het eigen vermogen tussen de Euro  402.700 en Euro  2.007.400 ligt, is voor categorie 1 en 2 de omrekeningsfactor 1,05. Voor categorie 3 en 4 is de omrekeningsfactor respectievelijk 1,6676 en 2,1.

Voor erfgenamen/begunstigden die géén resident zijn in Spanje, telt alleen het eventuele  vermogen dat zij in Spanje bezitten mee (de zogenaamde situs-goederen).

Zoals al eerder aangegeven, hebben de regionale Comunidades Autónomas de vrijheid afwijkende regelingen te hanteren. Deze autonome regelingen zijn vaak veel gunstiger voor erfgenamen dan de landelijke Normativa Estatal. Op deze regionale regelingen kunnen niet alleen residente erfgenamen aanspraak maken, maar sinds 2015 kunnen ook niet-residente erfgenamen hierop een beroep doen.

Alleen in het geval een Comunidad Autónoma geen eigen regeling heeft, wordt de landelijke Normativa Estatal nog toegepast.

Rekenvoorbeeld aan de hand van de landelijke Normativa Estatal

Casus:  een Nederlander die in Spanje fiscaal resident is komt te overlijden en laat een erfenis na van Euro 350.000. Zijn 40-jarige zoon en enige erfgenaam is eveneens in Spanje woonachtig en beschikt over een vermogen van Euro 500.000. Hoeveel erfbelasting is deze zoon verschuldigd over de nalatenschap van zijn vader?

 

Nalatenschap €  350.000
Vrijstelling kind ouder dan 21 jaar €  15.957
€ 334.043
Erfbelasting:     ⁃ Tarief tot  € 239.389 € 40.011
⁃ Over meerdere: 25,5% van  € 94.654 € 24.137
€ 64.148
Coëfficiënt vermogen: 1,05 x   €  64.148 € 67.355


Hoe ziet de berekening van de Spaanse erfbelasting er bij een langstlevende-testament uit?

Casus:  een echtpaar is woonachtig in Nederland, evenals hun 3 kinderen, en is getrouwd in gemeenschap van goederen. Het echtpaar bezit een hypotheekvrije tweede woning in Spanje met een fiscale waarde van €  180.000. Het echtpaar heeft een Nederlands langstlevende testament, met vererving van de gehele nalatenschap aan de langstlevende partner. Verder is er in het testament een keuze uitgebracht voor het Nederlands erfrecht. 

In onderstaand rekenvoorbeeld is geen rekening gehouden met (eventuele) vrijstellingen, aangezien deze afhankelijk zijn van leeftijd, verwantschap en de juridisch-fiscale regelgeving van de betreffende Comunidad Autónoma. Ook wordt in dit rekenvoorbeeld uitgegaan van de landelijke percentages en tarieven, aangezien de percentages en tarieven per regio behoorlijk kunnen verschillen.

Het gaat hier alleen om een fiscale indicatie die vergelijking met de verschuldigde erfbelasting bij andere soorten testamenten mogelijk maakt.

Berekening:

Bij het overlijden van de eerste partner wordt volgens Nederlands recht de Spaanse erfenis ter waarde van €  90.000 in zijn geheel nagelaten aan de langstlevende partner. De verschuldigde Spaanse erfbelasting hierover bedraagt:   €  9.166  +  (€  10.119 x 16,15%)  =  €  10.800

Bij het overlijden van de langstlevende partner erven de drie kinderen ieder €  60.000. De verschuldigde erfbelasting hierover bedraagt per kind:   €  5.703  +  (€  4.082 x 13,60%)  =  €  6.258

In totaal wordt er in Spanje aan erfbelasting afgedragen:

Bij eerste overlijden € 10.800
Bij tweede overlijden:  3  x  €  6.258 € 18.774
€ 29.574

 

Het langstlevende testament is  – voor wat de erfbelasting betreft –  een weinig aantrekkelijke testamentvorm. Indien men toch voor deze testamentvorm kiest, bijvoorbeeld in verband met de bescherming van de langstlevende, is overleg met een deskundige aan te bevelen om te bezien in hoeverre aanpassingen in het testament kunnen leiden tot een vermindering van de verschuldigde erfbelasting.

(Zie ook:  Is een Nederlands langstlevende-testament wel zo geschikt wanneer men Spaans onroerend goed bezit? en Hoe ziet de berekening van de Spaanse erfbelasting er bij een vruchtgebruik-testament uit?)

Is een Nederlands langstlevende-testament wel zo geschikt in het geval men Spaans onroerend goed bezit?

In Nederland is een langstlevende-testament heel geschikt om de overblijvende partner optimaal te beschermen. Alle bezittingen uit de nalatenschap komen in dat geval toe aan de langstlevende partner, terwijl de kinderen hun erfdeel krijgen in de vorm van een vordering op de langstlevende ouder die pas bij zijn/haar overlijden opeisbaar wordt.

Indien echter Spaanse bezittingen deel uitmaken van de nalatenschap, is dit langstlevende-testament naar Nederlands model in fiscaal opzicht minder aantrekkelijk. De overblijvende partner is voor de Spaanse erfbelasting namelijk de enige verkrijger van de nalatenschap. De vorderingen van de kinderen op de langstlevende ouder worden fiscaal niet als een erfenis beschouwd, omdat zij geen daadwerkelijke Spaanse bezittingen erven. Dat betekent dat voor de langstlevende het erfbelastingtarief veel hoger wordt. Daarnaast wordt bij overlijden van de langstlevende ouder de vordering van de kinderen ook niet als schuld in mindering gebracht op de waarde van de nalatenschap. Ook voor de kinderen zal de Spaanse aanslag erfbelasting daarmee aanzienlijk hoger uitvallen vanwege een beduidend hoger belastingtarief en het missen van eerdere vrijstellingsfaciliteiten. Conclusie: aan de ene kant kan de overblijvende partner rekenen op bescherming via een langstlevende-testament, maar aan de andere kant krijgt men te maken met forse aanslagen Spaanse erfbelasting.

Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, doet men er vers tandig aan om het Nederlandse langstlevende-testament dusdanig aan te passen aan de juridische en fiscale regelgeving van de betreffende Comunidad Autónoma dat de aanslag Spaanse erfbelasting zo laag mogelijk uitvalt en de langstlevende toch op de bescherming kan rekenen waarvoor het langstlevende-testament bedoeld is. Dat hiervoor deskundige begeleiding vereist is, behoeft geen betoog.

Indien u van mening bent dat bovenstaande situatie op u van toepassing is, dan adviseren wij u contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

 

Hoe ziet de berekening van de Spaanse erfbelasting er bij een vruchtgebruik-testament uit?

Casus:  een echtpaar is woonachtig in Nederland, evenals hun 3 kinderen, en is getrouwd in gemeenschap van goederen. Het echtpaar bezit een hypotheekvrije tweede woning in Spanje met een fiscale waarde van €  180.000. Het echtpaar heeft een Nederlands testament, met vruchtgebruik van de Spaanse woning voor de langstlevende en het blote eigendom voor de drie kinderen. Verder is er in het testament een keuze uitgebracht voor het Nederlands erfrecht.

In onderstaand rekenvoorbeeld is geen rekening gehouden met (eventuele) vrijstellingen, aangezien deze afhankelijk zijn van leeftijd, verwantschap en de juridisch-fiscale regelgeving van de betreffende Comunidad Autónoma. Ook wordt in dit rekenvoorbeeld uitgegaan van de landelijke percentages en tarieven, aangezien de percentages en tarieven per regio behoorlijk kunnen verschillen. Het gaat hier alleen om een fiscale indicatie die vergelijking met andere soorten testamenten mogelijk maakt.

Berekening:

Bij het overlijden van de eerste partner wordt allereerst de waarde van het vruchtgebruik bepaald. Als deze waarde op bijvoorbeeld 25% van de nalatenschap wordt gesteld (dit percentage is afhankelijk van de leeftijd van de jongste vruchtgebruiker) is de waarde van het vruchtgebruik  €  22.500 en van het blote eigendom  €  67.500. De erfenis van ieder kind is dan € 22.500.

Over het vruchtgebruik is aan erfbelasting verschuldigd:   € 1.290 +  (€  6.519 x 9,35%)  =  €  1.900

Over het blote eigendom is elk kind eveneens €  1.900 aan erfbelasting verschuldigd.

Bij het overlijden van de langstlevende partner erven de kinderen ieder 1/3 van  €  90.000  =  €  30.000. De verschuldigde erfbelasting hierover bedraagt per kind:  €  2.037  +  (€  6.032 x 10,20%)  =  €  2.652.

In totaal wordt er in Spanje aan erfbelasting afgedragen:

Bij eerste overlijden:   €  1.900  +  (3 x  €  1.900) € 7.600
Bij tweede overlijden:   3 x  €  2.652 € 7.956
€ 15.556

 

Vanuit het oogpunt van erfbelastingbesparing is een vruchtgebruik-testament bijzonder aantrekkelijk. De erfbelasting die betaald moet worden is bijna de helft minder dan bij de vererving via een langstlevende testament.  (Zie ook:  Hoe ziet de berekening van de Spaanse erfbelasting er uit bij een langstlevende-testament?)

Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kinderen te zijner tijd minder erfbelasting in Spanje hoeven te betalen?

Wie in Spanje een woning koopt of bezit, kan ervoor kiezen notarieel een opsplitsing te maken tussen het blote eigendom van de woning en het vruchtgebruik van de woning. Op deze manier kan men voorkomen dat de kinderen in de toekomst een fors bedrag aan erfbelasting moeten betalen over het Spaanse onroerend goed van hun overleden ouders. Als een echtpaar met kinderen voor deze opsplitsing kiest, dan verkrijgen de kinderen juridisch het blote eigendom van de woning, terwijl het echtpaar levenslang het vruchtgebruik van de woning verkrijgt. Bij overlijden van de eerste echtgenoot is de langstlevende echtgenoot erfbelasting verschuldigd over de waarde van de helft van het vruchtgebruik. De kinderen zijn gezamenlijk erfbelasting verschuldigd over de waarde van het blote eigendom. Op het moment dat de langstlevende overlijdt, eindigt het vruchtgebruik en gaat het over op de kinderen. Aangezien het vruchtgebruik op dat moment automatisch overgaat op de kinderen, zijn zij geen erfbelasting over het vruchtgebruik van de woning verschuldigd. Wel zal bij deze overgang van het vruchtgebruik overdrachtsbelasting moeten worden betaald over dat gedeelte van de woningwaarde dat in vruchtgebruik was.

Het is ook mogelijk om samen met de kinderen een woning in Spanje te kopen en dezelfde opsplitsing in vruchtgebruik en bloot eigendom toe te passen. De aankoop van de woning kan door de kinderen worden gefinancierd door de koopsom van de ouders te lenen. De kinderen betalen jaarlijks rente over deze lening aan de ouders en ontvangen deze rente van de ouders weer terug in de vorm van een (belastingvrije) schenking.

In het bovenstaande is uitgegaan van een situatie van ouders en kinderen, maar deze constructie kan ook lucratief zijn voor familieleden in tweede of derde lijn of ongehuwd samenwonenden of partners van gelijk geslacht.

(Zie ook:  Hoe ziet de berekening van de Spaanse erfbelasting er bij een vruchtgebruik-testament uit?)

Waar en binnen welke termijn moet in Spanje aangifte erfbelasting worden gedaan?

In Spanje dienen de nabestaanden (of de executeur-testamentair) binnen 6 maanden na het overlijden van de erflater aangifte erfbelasting te doen. Wanneer de aangiftetermijn wordt overschreden, riskeert men een boete. Indien nodig, kan men een verlenging van de aangiftetermijn van nog eens 6 maanden aanvragen. Dit dient dan wel binnen 5 maanden na de overlijdensdatum van de erflater te gebeuren.

Wanneer de erflater resident was in Spanje, moet de aangifte erfbelasting worden ingediend bij de belastingdienst van de Comunidad Autónoma waar de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats had.  Indien ook kinderen erfgenaam zijn die niet in Spanje wonen, dan moet de aangifte erfbelasting worden ingediend bij de belastingdienst in Madrid. Dit laatste geldt ook wanneer de erflater geen resident in Spanje was, maar bijvoorbeeld in Nederland zijn laatste gewone verblijfplaats had.

In Spanje geldt een verjaringstermijn van 4,5 jaar (gerekend vanaf de overlijdensdatum van de erflater). Indien na deze verjaringstermijn de aangifte erfbelasting alsnog wordt ingediend, is men geen erfbelasting meer verschuldigd. Indien de Spaanse fiscus gedurende deze termijn echter ontdekt dat men verzuimd heeft aangifte te doen, dan wordt niet alleen alsnog een aanslag opgelegd, maar volgt ook een forse boete!

Worden erfgenamen die in Nederland wonen benadeeld bij de heffing van Spaanse erfbelasting?

In Spanje maakte men vóór 1 januari 2015 onderscheid tussen erfgenamen die in Spanje resident waren en erfgenamen die in Spanje géén resident waren (en bijvoorbeeld in Nederland woonden). De erfgenamen zonder residentie in Spanje vielen onder het nationale Spaanse erfrecht en konden slechts een beroep doen op hele beperkte vrijstellingen. De in Spanje woonachtige erfgenamen vielen onder de belastingregels van de Comunidad Autónoma (provincie) waartoe zij behoorden  en konden aanspraak maken op ruime vrijstellingen en kortingen. Deze ongelijke behandeling is sinds 1 januari 2015 niet meer aan de orde. De Europese Commissie heeft deze kwestie aanhangig gemaakt bij het Europese Hof van Justitie en daarmee heeft zij een herziening van de Spaanse erfbelastingwetgeving afgedwongen.
Voortaan kunnen erfgenamen zonder residentie in Spanje ook een beroep doen op de belastingregeling van de betreffende Comunidad Autónoma indien dit voor hen gunstiger is dan de nationale Spaanse regeling.

Worden stiefkinderen en eigen kinderen voor de Spaanse erfbelasting gelijk behandeld?

Het Nederlandse erfrecht biedt ouders via een langstlevende-testament de mogelijkheid om de eigen kinderen en de eventuele stiefkinderen dezelfde juridische én fiscale erfrechten toe te kennen. Als het gaat om de fiscale afhandeling van de erfenis, kan het stiefkind in Nederland op dezelfde ruime vrijstellingen en kortingen rekenen als het eigen kind.

In Spanje ligt dit echter anders. Volgens het Spaanse erfrecht bestaat er tussen stiefouder en stiefkind geen familiaire band en geldt er daarom voor stiefkinderen geen recht op de vrijstellingen en kortingen die wel van toepassing zijn in ouder-kindrelaties. In de praktijk zal een stiefkind daarom groot fiscaal nadeel ondervinden bij de afwikkeling van de erfenis van een stiefouder.

Toch bestaan er voor de erflater mogelijkheden om dit fiscale nadeel voor het stiefkind te voorkomen. De oplossing is niet het opmaken van een regulier langstlevende-testament naar Nederlands model, zoals vaak ten onrechte wordt gedacht. Er is een (legale) constructie nodig die ervoor zorgt dat de afwikkeling van de nalatenschap voor het stiefkind fiscaal hetzelfde uitpakt als voor het eigen kind.

Nederlanders met bezittingen in Spanje (resident of geen resident) doen  er dan ook verstandig aan om zich op de hoogte te stellen hoe een en ander voor het stiefkind zo gunstig mogelijk geregeld kan worden.

Indien u van mening bent dat bovenstaande situatie op u van toepassing is, dan adviseren wij u contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

 

Kan ik iemand een volmacht geven om mijn zaken in Spanje af te handelen?

Het is helaas denkbaar dat op enig moment uw gezondheid u zodanig in de steek laat dat u niet langer in staat bent zelf uw zaken te behartigen. Vaak wordt gedacht dat in zo’n situatie de partner automatisch bevoegd is om alles te regelen en te ondertekenen, maar dat is een misverstand. Zo kan een eventuele verkoop van uw Spaanse woning op grote problemen stuiten indien één van u beiden wilsonbekwaam is geworden en ook uw Spaanse banksaldi kunnen in zo’n geval worden geblokkeerd.

Wanneer men niet meer zelf in staat is tot wilsbekwame ondertekening, is de tussenkomst van een rechter (die een bewind- of ondercuratelestelling uitspreekt) noodzakelijk om financiële en notariële zaken te kunnen afwikkelen. Om deze gerechtelijke procedures te voorkomen, is het raadzaam om tijdig de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. Een notariële volmacht of een levenstestament kan hiervoor zorgen.

In een notariële volmacht kunt u aangeven wie degene is aan wie u de afwikkeling van uw zaken in Nederland en/of in Spanje toevertrouwt. Ook kunt u hierin aangeven op welke zaken de volmacht betrekking heeft (bijvoorbeeld alleen op de financiële afwikkeling van uw belangen in Spanje). Verder kunt u hierin aangeven wanneer de volmacht ingaat: direct of pas wanneer u wilsonbekwaam bent geworden.

Een andere mogelijkheid is het laten opmaken van een levenstestament dat zowel in Nederland als in Spanje rechtsgeldig is. In een levenstestament kunt u uiteenlopende wensen (van o.a. financiële, juridische, fiscale, familiaire of medische aard) vastleggen die u gerealiseerd wilt zien wanneer u niet meer zelf kunt handelen en beslissen.

Kan ik een executeur-testamentair benoemen voor mijn Spaanse nalatenschap?

In augustus 2015 is de nieuwe Europese erfrechtverordening van kracht geworden. Voor Nederlandse erflaters en erfgenamen van een Spaanse nalatenschap betekent deze harmonisatie een belangrijke verbetering van hun rechtspositie. Toch wil dit niet zeggen dat voor hen nu alle Spaanse erfrechtelijke perikelen voorgoed tot het verleden behoren. De Europese verordening regelt weliswaar het nieuwe erfrecht, maar daarmee is de fiscale afhandeling van nalatenschappen nog lang niet eenduidig geregeld. En juist deze fiscale afwikkeling van een nalatenschap leidt in de praktijk vaak tot onvoorziene problemen. Zo is in Spanje iedere Comunidad Autónoma (provincie) fiscaal autonoom en dat betekent dat in de ene Comunidad in fiscaal opzicht anders met erfrechtzaken wordt omgegaan dan in de andere. In de praktijk kan deze fiscale ongelijkheid de afhandeling van een Spaanse nalatenschap behoorlijk frustreren en kan het voor de nabestaanden tot grote teleurstellingen leiden. De beste manier voor de erflater om deze problemen te voorkomen is natuurlijk om het testament dusdanig op te stellen dat de nabestaanden in de toekomst niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Maar dat is gemakkelijk gezegd. Want waar moet op gelet worden? Welke afwijkende fiscale regelgeving geldt in de betreffende Comunidad? Hoe kan in een testament het beste op deze afwijkende regelgeving geanticipeerd worden? En hoe kan ervoor gezorgd worden dat de langstlevende partner juridisch goed beschermd achterblijft? Dat betekent dat de erflater er verstandig aan doet om op tijd de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen.
Een manier om ervoor te zorgen dat een nalatenschap zowel erfrechtelijk als fiscaal adequaat afgehandeld wordt, is het bij leven in het testament benoemen van een geschikte executeur-testamentair. Een erflater is vrij om naar eigen keuze een executeur in zijn testament te benoemen. Dit kan een familielid of kennis zijn, maar het is ook mogelijk om hiervoor een beroep te doen op een professionele executeur-testamentair. Van deze mogelijkheid wordt de laatste jaren om verschillende redenen steeds vaker gebruik gemaakt. Een belangrijke reden kan zijn dat een erflater zijn nabestaanden veel tijd en hoofdbrekens wil besparen door een professionele executeur aan te wijzen die de afhandeling voor zijn rekening neemt. Meestal voorkomt dit ook dat er conflicten tussen de erfgenamen ontstaan tijdens de afwikkeling van de erfenis. Daarnaast komt het steeds vaker voor dat tot de nabestaanden ook stiefkinderen behoren, waardoor de fiscale afwikkeling van een nalatenschap een stuk gecompliceerder wordt. Verder vindt een groeiend aantal alleenstaanden het een geruststellend idee dat de afhandeling van hun nalatenschap te zijner tijd professioneel en volledig naar hun wensen zal worden uitgevoerd.
Daarnaast is het mogelijk dat testamentair een professionele executeur wordt aangewezen voor specifieke delen van een nalatenschap, bijvoorbeeld bezittingen die onderhevig zijn aan de Spaanse erfbelasting zoals een Spaanse woning. Deze toegevoegde executeur kan in overleg met de erflater het testament tijdig laten aanpassen aan de vereiste Spaanse regionale regelgeving en na overlijden van de erflater de erfgenamen begeleiden bij de fiscale afwikkeling van de Spaanse nalatenschap.

 

Belastingen in Spanje

Wanneer heb ik in Spanje een NIE-nummer nodig en hoe kom ik daaraan?

Net zoals iedere inwoner van Nederland een burgerservicenummer (BSN) toegekend heeft gekregen, zo dient elke Spanjaard en elke buitenlander die op enigerlei wijze belastingplichtig is in Spanje te beschikken over een Spaans fiscaal nummer. Voor Spanjaarden heet dit nummer het NIF-nummer (Número de Identificatión Fiscal), voor buitenlanders heet dit fiscale nummer het NIE-nummer (Número de Identificatión de Extranjeros). Zonder NIE-nummer is het in Spanje niet mogelijk om bijvoorbeeld een woning te kopen of te huren, een bankrekening te openen of een contract af te sluiten bij een nutsbedrijf.

Het NIE-nummer kan in Spanje worden aangevraagd bij een hoofdbureau van politie (comisaría) in uw woonplaats of de (grotere) stad die het dichtst bij uw woonplaats is gelegen. Ook is het mogelijk in Nederland een NIE-nummer aan te vragen via het Spaans Consulaat in Amsterdam. Hier kan men de aanvraag indienen, maar deze wordt verder in Madrid afgehandeld.

Informatie van het Spaanse Consulaat over het downloaden van de benodigde formulieren, de aanvraagprocedure en de kosten is te vinden via de volgende link:  NIE-NUMMER AANVRAGEN

Wanneer wordt een buitenlander in Spanje als fiscaal resident beschouwd?

De Spaanse fiscus hanteert een aantal criteria om te bepalen of een buitenlander in Spanje beschouwd moet worden als fiscaal resident (fiscaal ingezetene). Indien een buitenlander aan deze criteria voldoet, is hij in Spanje over zijn wereldwijde inkomen en wereldwijde vermogen belasting verschuldigd.

Allereerst is er het verblijfscriterium: indien een buitenlander minimaal 183 dagen per jaar daadwerkelijk in Spanje verblijft, beschouwt de Spaanse fiscus hem/haar als fiscaal ingezetene.

Daarnaast geldt als criterium de gezinsstatus: indien de echtgeno(o)t(e) en/of de (financieel afhankelijke) kinderen van een buitenlander ingezetene van Spanje zijn, wordt hij/zij eveneens aangemerkt als Spaans fiscaal ingezetene.

Op de derde plaats is er nog het criterium van het levenscentrum: indien het middelpunt van iemands maatschappelijke leven en activiteiten in Spanje is gelegen, is men in fiscale zin Spaans ingezetene. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan het in Spanje aanhouden van een permanente woning, het in Spanje verzekerd zijn, het in Spanje gebruik maken van medische voorzieningen, het ingeschreven staan in het Spaanse  bevolkingsregister, et cetera.

Moet ik in Spanje belasting betalen als ik mijn woning verhuur?

Wie in Spanje een vakantiewoning bezit en deze op commerciële basis verhuurt, is over de verhuuropbrengst inkomstenbelasting (IRPF) verschuldigd. Van commerciële verhuur is sprake indien het om vakantiewoningen gaat die via (digitale) verhuurplatforms als websites, makelaars, bemiddelingsbureaus e.d. voor langere tijd voor verhuur worden aangeboden. Daarnaast dient men in dat geval een verhuurlicentie aan te vragen bij de plaatselijke politie. Deze belastingplicht en registratie gelden niet wanneer u  incidenteel uw vakantiewoning aan bijvoorbeeld familieleden of vrienden ter beschikking stelt, omdat deze “verhuur” niet het oogmerk heeft financieel rendement op de woning te behalen. Naast de belasting over de verhuuropbrengst is men voor de maanden dat de woning niet wordt verhuurd ook inkomstenbelasting (IRPF) verschuldigd over het huurwaardeforfait van de woning.

Bij commerciële verhuur is de inkomstenbelasting verschuldigd over de netto-verhuuropbrengst van de woning. Dit betekent dat men een aantal kosten in mindering mag brengen op de bruto-verhuurinkomsten. Het gaat dan om kosten die direct verband houden met het genereren van de verhuuropbrengst. Te denken valt aan advertentiekosten, begeleidingskosten ter plaatse, schoonmaakkosten, onderhoudskosten, gemeentelijke heffingen e.d.

Ben ik als resident in Spanje vrij om te kiezen of ik Nederlands of Spaans belastingplichtige wil zijn?

De Nederlandse fiscus beschouwt iemand die in Nederland woonachtig is als binnenlands belastingplichtige. Als iemand in Spanje woont, maar daarnaast in Nederland belastbaar inkomen geniet, dan beschouwt de Nederlandse fiscus zo iemand als buitenlands belastingplichtige. Binnenlandse belastingplichtigen worden in Nederland belast over hun wereldwijde inkomen. Buitenlandse belastingplichtigen zijn in Nederland alleen belastingplichtig over de inkomensbestanddelen die volgens het Nederlands-Spaanse belastingverdrag in Nederland belastbaar zijn.

Tot 2015 bestond er voor Nederlanders die resident waren geworden in Spanje een fiscale keuzemogelijkheid. Iemand die in Spanje resident was, kon een verzoek indienen bij de Nederlandse belastingdienst om in fiscaal opzicht behandeld te worden als een binnenlands belastingplichtige. De enige voorwaarde was dat men nog  Nederlandse inkomsten in box 1 moest hebben. Vaak koos men voor deze binnenlandse belastingplicht vanwege de aftrekbaarheid van de betaalde hypotheekrente voor de Spaanse woning en/of het recht op heffingskortingen, het heffingsvrije vermogen en de persoonsgebonden aftrek.

Deze keuzemogelijkheid is echter per 1 januari 2015 komen te vervallen. Men kan als Spaans resident alleen nog opteren voor de Nederlandse binnenlandse belastingplicht (en daarmee gebruik maken van bovengenoemde belastingvoordelen) indien van het totale inkomen meer dan 90% in Nederland is belast.

Moet ik als Spaans resident Vermogenswinstbelasting betalen als ik mijn woning in Nederland verkoop?

Als u in Spanje resident bent geworden, bent u in Spanje voor uw wereldinkomen belastingplichtig voor de inkomstenbelasting. Dat betekent dat u bij verkoop van uw Nederlandse woning  (die u bijvoorbeeld verhuurde of als vakantiewoning in Nederland aanhield) vermogenswinstbelasting (een speciale vorm van inkomstenbelasting) in Spanje bent verschuldigd over de (eventuele) winst die u op de Nederlandse woning heeft gemaakt. In Nederland wordt de behaalde winst op een verkochte woning niet belast voor de inkomstenbelasting. In Spanje echter wel.  Dit kan voor Nederlanders die naar Spanje emigreren en hiervan niet op de hoogte zijn een flinke fiscale tegenvaller opleveren. Om dit te voorkomen, is het verstandig om de woning in Nederland te verkopen alvorens men resident in Spanje wordt.

Wat is de SUMA?

Als niet-resident met een eigen woning in Spanje krijgt u jaarlijks in elk geval te maken met twee gemeentelijke belastingen, namelijk de onroerendgoedbelasting (IBI) en de afvalstoffenheffing (Basuras).

Iedere gemeente heeft voor de heffing van de gemeentelijke belastingen een speciale afdeling op het gemeentehuis of werkt voor de belastingheffing samen met een speciaal daartoe in het leven geroepen organisatie, zoals de SUMA in de deelstaat Alicante. Deze organisatie is belast met de afhandeling van onder andere de onroerendgoedbelasting (IBI), de motorrijtuigenbelasting en de afvalstoffenheffing (Basuras).

In zijn algemeenheid kan men de afhandeling van deze gemeentelijke belastingen zelf regelen door de SUMA de verschuldigde jaarlijkse belastingen via automatische incasso van uw Spaanse bankrekening te laten afschrijven.

Hoe bepaal ik de waarde van mijn Spaanse woning voor de Nederlandse Inkomstenbelasting?

De waarde van uw tweede woning in Spanje moet in box 3 van de Nederlandse inkomstenbelasting worden aangegeven. Bij het vaststellen van deze fiscale waarde moet onderscheid worden gemaakt tussen een Nederlandse tweede woning en een Spaanse tweede woning. Een tweede woning in Nederland wordt gewaardeerd op de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van de woning op de peildatum. Voor tweede woningen in het buitenland kan echter geen WOZ-beschikking worden afgegeven. Ook de in Spanje door de gemeentes gehanteerde valor catastral (kadastrale waarde) mag niet als uitgangspunt worden genomen, omdat deze vrijwel altijd ver afstaat van de werkelijke waarde. Daarom moet volgens een besluit van de staatssecretaris van Financiën (31-10-2005) waardering van een buitenlandse woning jaarlijks plaatsvinden op basis van de waarde in het economisch verkeer.

De vraag is nu hoe deze economische waarde van uw Spaanse woning moet worden vastgesteld. Per provincie zijn in Spanje de waardestijgings- c.q. waardedalingspercentages van onroerend goed de afgelopen jaren immers nogal verschillend geweest. Kennis van de waardeontwikkeling per regio is dus een vereiste om een zo nauwkeurig mogelijke inschatting te kunnen maken van de economische waarde van uw Spaanse woning.

Servicebureau Su Casa vindt het belangrijk dat haar cliënten zich niet elk jaar opnieuw het hoofd hoeven te breken over de fiscale waarde van hun Spaanse woning. Daarom ontvangen cliënten voor wie wij de aangifte IRPF verzorgen ieder jaar in februari een opgave van de economische waarde van hun Spaanse onroerend goed ten behoeve van hun aangifte Nederlandse Inkomstenbelasting.

Betaal ik zowel in Spanje als in Nederland inkomstenbelasting over mijn Spaanse woning?

Indien u als Nederlands ingezetene in het buitenland een (tweede) woning bezit, dan komt de belastingheffing over deze woning toe aan het land waarin de woning is gelegen, in dit geval dus aan Spanje. Als niet-resident betaalt u daarom in Spanje inkomstenbelasting (IRPF) over de waarde van uw Spaanse woning. Ook in Nederland wordt de waarde van uw Spaanse woning belast in Box 3  (Voordeel uit sparen en beleggen). Op deze manier wordt de waarde van uw Spaanse woning dus eigenlijk twee keer belast. Om dit te voorkomen, bestaat er tussen Spanje en Nederland een verdrag, waarbij de Nederlandse fiscus aan u, als Nederlands ingezetene, compensatie verleent voor de te betalen Nederlandse belasting in box 3.

Over welke inkomsten blijf ik in Nederland belasting betalen als ik in Spanje resident word?

Als men in Spanje resident wordt, blijft men als buitenlands belastingplichtige in Nederland belasting betalen over de inkomensbestanddelen die volgens het Nederlands-Spaanse belastingverdrag aan Nederland zijn toegewezen. Het gaat dan om:

– Arbeidsinkomsten uit Nederland;

– Inkomsten uit onroerend goed dat in Nederland is gelegen;

– Pensioenuitkeringen vanuit een vroegere dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid (ABP).

Alle overige inkomsten worden in Spanje belast, zoals sociale verzekeringsuitkeringen (bijvoorbeeld een AOW-uitkering of een WAO-uitkering), bedrijfspensioenuitkeringen en lijfrente-uitkeringen.