Wat zijn de tarieven en vrijstellingen voor de Spaanse erfbelasting?

Tarieven en vrijstellingen Spaanse erfbelasting 2017

 In onderstaande tabel staan de tarieven erfbelasting vermeld zoals deze door de centrale belastingdienst in Madrid worden toegepast op een in Spanje belastbare nalatenschap.

     TARIEVEN SPAANSE ERFBELASTING 2017

Belastbare som (afgerond)  vanaf Belastbare som (afgerond)  tot Verschuldigd tot begin tariefschijf Percentage over het meerdere
€                  0 €          7.993 €                 0            7,65 %
€          7.993 €        15.981 €             612            8,50 %
€        15.981 €        23.968 €          1.290            9,35 %
€        23.968 €        31.956 €          2.037          10,20 %
€        31.956 €        39.943 €          2.852          11,05 %
€        39.943 €        47.931 €          3.735          11,90 %
€        47.931 €        55.918 €          4.685          12,75 %
€        55.918 €        63.906 €          5.704          13,60 %
€        63.906 €        71.893 €          6.790          14,45 %
€        71.893 €        79.881 €          7.944          15,30 %
€        79.881 €      119.758 €          9.166          16,15 %
€      119.758 €      159.635 €        15.606          18,70 %
€      159.635 €      239.389 €        23.063          21,25 %
€      239.389 €      398.778 €        40.011          25,50 %
€      398.778 €      797.555 €        80.655          29,75 %
€          > €      797.555 €      199.291          34,00 %

 

VRIJSTELLINGEN SPAANSE ERFBELASTING 2017

In onderstaande tabel staan de mogelijke vrijstellingen voor erfgenamen/begunstigden aangegeven volgens de regelgeving van de centrale overheid (de Normativa Estatal).
De regionale Comunidades Autónomas hebben de vrijheid afwijkende regelingen te hanteren. Deze autonome regelingen zijn vaak veel gunstiger voor erfgenamen dan de landelijke Normativa Estatal.
Op deze regionale regelingen kunnen niet alleen residente erfgenamen aanspraak maken, maar sinds 2015 hebben ook niet-residente erfgenamen deze mogelijkheid. Alleen in het geval een Comunidad Autónoma geen eigen regeling heeft, wordt de landelijke Normativa Estatal nog toegepast.

 

Categorie Relatie tot erflater Vrijstelling (afgerond)
         1 – (Pleeg)kinderen  jonger dan 21 jaar €  15.957 +  €  3.991 voor elk jaar onder 21 jaar, met maximum van  €  47.859
         2 –  (Pleeg)kinderen  ouder dan 21 jaar

–  Echtgeno(o)t(e)

–  (Groot)ouder(s)

 

€  15.957

         3 – Broers/zussen

– Ooms/tantes

– Neven/nichten

– Overige bloedverwanten tot in 4e graad

 

€  7.993

         4 – Overigen (onder wie ongehuwd

samenwonenden)

€         0

 

Wat zijn de tarieven en vrijstellingen voor de Nederlandse erfbelasting?

Tarieven en vrijstellingen Nederlandse erfbelasting 2017

Tarieven Nederlandse erfbelasting 2017

Belastbare som nalatenschap Partner en (pleeg)kind (Achter)kleinkind Overigen, bijv. ouder(s)/broer/zus
€ 0  –  €  122.268 10% 18% 30%
€  122.269 en hoger 20% 36% 40%

 

Vrijstellingen Nederlandse erfbelasting 2017

Relatie tot erflater Vrijstelling
Partner €  638.089
(Pleeg)kind / stiefkind / kleinkind €    20.209
Gehandicapt kind €    60.621
Ouder(s) €    47.859
Overigen (bijv. broer/zus) €      2.129

Hoe wordt in Spanje de erfbelasting berekend?

Berekening erfbelasting in Spanje

In Spanje kan men op twee verschillende manieren worden aangeslagen voor de erfbelasting:  op landelijk niveau waarbij de tarieven voor iedereen hetzelfde zijn of op regionaal niveau waarbij de tarieven en voorwaarden per regio heel verschillend kunnen zijn. Ondanks de onderlinge verschillen is het regionale belastingstelsel meestal veel gunstiger voor erfgenamen/begunstigden dan de landelijke regeling.De belasting die in Spanje betaald moet worden bij verkrijging van een nalatenschap wordt vastgesteld aan de hand van vier criteria:

1.  Waarde nalatenschap 

Allereerst moet worden vastgesteld wat de totale waarde van de nalatenschap is (bezittingen minus schulden) en wat de waarde is van de verkrijging van iedere erfgenaam en/of begunstigde.

2.  Relatie erflater en erfgenamen/begunstigden

Vervolgens moet worden vastgesteld wat de relatie is tussen de erflater en de erfgenamen en/of begunstigden. Deze relatie bepaalt hoe groot de vrijstelling is die de erfgenamen/begunstigden in dit verband kunnen claimen. Deze vrijstellingen verminderen de belastbare som van de verkrijging.

3.  Verschuldigde belasting volgens tabel

Daarna kan aan de hand van de tabel worden vastgesteld hoeveel erfbelasting verschuldigd is over de verkrijging minus de vrijstelling(en).

4.  Omrekeningsfactor i.v.m. vermogen vóór verkrijging

Tot slot is ook van belang hoe groot het vermogen is dat een erfgenaam/begunstigde al bezat vóórdat hij de erfenis verkreeg. Samen met de van toepassing zijnde relatiecategorie bepaalt dit vermogen met welke omrekeningsfactor het belastingtarief moet worden vermenigvuldigd. Voor relatiecategorie 1 en 2 is bij een vermogen tot Euro 400.000 de omrekeningsfactor 1,0 en verandert er dus niets. Voor categorie 3 en 4 is de omrekeningsfactor respectievelijk 1,6 en 2,0. Als het eigen vermogen tussen de Euro 400.000 en Euro 2.000.000 ligt, is voor categorie 1 en 2 de omrekeningsfactor 1,05. Voor categorie 3 en 4 is de omrekeningsfactor respectievelijk 1,7 en 2,1.

Voor erfgenamen/begunstigden die géén resident zijn in Spanje, telt alleen het vermogen dat zij in Spanje bezitten mee (de zogenaamde situsgoederen).

Zoals al eerder aangegeven, hebben de regionale Comunidades Autónomas de vrijheid afwijkende regelingen te hanteren. Deze autonome regelingen zijn vaak veel gunstiger voor erfgenamen dan de landelijke Normativa Estatal. Op deze regionale regelingen kunnen niet alleen residente erfgenamen aanspraak maken, maar sinds 2015 hebben ook niet-residente erfgenamen deze mogelijkheid. Alleen in het geval een Comunidad Autónoma geen eigen regeling heeft, wordt de landelijke Normativa Estatal nog toegepast.

Rekenvoorbeeld aan de hand van de landelijke Normativa Estatal 

Casus:  een Nederlander die in Spanje fiscaal resident is komt te overlijden en laat een erfenis na van Euro 350.000. Zijn 40-jarige zoon en enige erfgenaam is eveneens in Spanje woonachtig en beschikt over een vermogen van Euro 500.000. Hoeveel erfbelasting is deze zoon verschuldigd over de nalatenschap van zijn vader?

Nalatenschap 350.000
Vrijstelling kind ouder dan 21 jaar 15.957
334.043
Erfbelasting:  – Tarief tot  € 239.389 40.011
                       – Over meerdere:
                         25,5% van  € 94.654 24.137
64.148
                      – Coëfficiënt vermogen:
                         1,05 x   €  64.148 67.355

Over welke bezittingen wordt in Spanje erfbelasting geheven?

Belastbare bezittingen in Spanje

Indien een erflater resident is in Spanje en geen testament heeft met een keuze voor het Nederlands erfrecht, is diens wereldwijde nalatenschap onderhevig aan de Spaanse erfbelasting. Indien een erflater geen resident is in Spanje, wordt in Spanje alleen erfbelasting geheven over de bezittingen die zich in Spanje bevinden (volgens het zogenaamde situsbeginsel).

Tot de situsgoederen waarover in Spanje altijd erfbelasting wordt geheven behoren:

  • In Spanje gelegen onroerend goed:  uitgangspunt hiervoor is de fiscale waarde (= 1,9 x de kadastrale waarde) van het onroerend goed;
  • De inboedel behorend bij het in Spanje gelegen onroerend goed:  de waarde hiervan wordt meestal op 3% van de waarde van het onroerend goed gesteld;
  • De saldi van Spaanse bankrekeningen en de waarde van een in Spanje aangehouden effectenportefeuille;
  • Uitkeringen uit Spaanse levensverzekeringen:  de waarde van een levensverzekering die uitkeert aan de kinderen is volledig belastbaar; de waarde van een levensverzekering die uitkeert aan de langstlevende echtgenoot is voor de helft belastbaar;
  • De waarde van in Spanje geregistreerde vervoermiddelen als auto’s, motoren, boten of vliegtuigen:  de waarde van auto’s en motoren wordt vastgesteld aan de hand van vaste fiscale waardetabellen; de waarde van boten en vliegtuigen wordt afzonderlijk vastgesteld via taxatie.

Wat is in Spanje de erfrechtpositie van ongehuwd samenwonenden?

Erfrechtpositie ongehuwd samenwonenden in Spanje

In Nederland zijn gehuwden en geregistreerde partners in juridisch en fiscaal opzicht aan elkaar gelijkgesteld en hebben zij automatisch dezelfde rechten (en plichten) jegens elkaar, bijvoorbeeld het erfrecht. Verder zijn gehuwden en geregistreerd partners in Nederland automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd/geregistreerd indien er testamentair geen voorwaarden zijn vastgelegd. Ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden kunnen in Nederland op dit alles ook aanspraak maken, maar dat is geen automatisme. Daarvoor is een notarieel samenlevingscontract nodig, waarin alle rechten en plichten die men wenst expliciet dienen te worden opgenomen.
In Spanje ligt dit anders. In Spanje worden ongehuwd/ongeregistreerd samenwonenden niet gelijkgesteld aan gehuwden en komen zij dus ook niet in aanmerking voor de juridische en fiscale faciliteiten waarop gehuwden wel aanspraak kunnen maken. Ook geregistreerde partners worden in Spanje lang niet in alle opzichten gelijkgesteld aan gehuwden, waardoor er problemen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld bij overlijden.
Een complicerende factor hierbij is nog het feit dat in Spanje weliswaar een erfrechtregeling van de centrale overheid bestaat, maar dat elke autonome regio (Comunidad Autónoma) van deze centrale regeling mag afwijken en binnen bepaalde grenzen zijn eigen juridische en fiscale regeling mag toepassen. Voor ongehuwd samenwonenden is het daarom zaak om goed op de hoogte te zijn van de erfrechtelijke en fiscale regelgeving in de betreffende regio.
Zoals gezegd, wordt in de Spaanse nationale wetgeving het geregistreerd partnerschap (nog) niet erkend en dit geldt eveneens voor verschillende autonome regio’s. Als een Comunidad Autónoma het geregistreerd partnerschap juridisch niet erkent, kan dit bijvoorbeeld bij overlijden van een van de partners ongewenste gevolgen hebben voor de overblijvende partner. Indien er geen testament is opgemaakt met een rechtskeuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is na een verblijf van 5 jaar in Spanje het Spaanse erfrecht van toepassing. En dit pakt voor de langstlevende partner bijzonder nadelig uit, omdat de nalatenschap dan niet naar de langstlevende maar naar de overige erfgenamen gaat. Dit onderstreept opnieuw hoe belangrijk het is om een testament met een keuze voor het Nederlandse erfrecht te laten opmaken!
Maar ook al wordt in een Comunidad het geregistreerd partnerschap (al of niet onder voorwaarden) erkend, dan betekent dit nog niet dat er sprake is van fiscale gelijkstelling aan gehuwden. Al heeft men een testament (met een keuze voor het Nederlandse erfrecht) laten opmaken, dan toch beschouwt de Spaanse fiscus de samenwonende partners in fiscaal opzicht als “vreemden” van elkaar en vallen zij in de hoogste Spaanse erfbelastingtarieven. Gehuwden zijn daarom duidelijk in het voordeel als het gaat om de fiscale afwikkeling van een nalatenschap.
Hierbij kan overigens worden aangetekend dat in Spanje sinds 2005 ook huwelijken van partners van gelijk geslacht worden erkend, ook als die huwelijken vóór de ingangsdatum van de wet zijn gesloten.

Hoe is in Spanje de erfrechtpositie van de langstlevende partner geregeld?

Spaanse erfrechtpositie langstlevende

Indien een overledene met de Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Spanje geen testament heeft opgemaakt of een (langstlevende-) testament heeft zonder een duidelijke keuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op de vererving en afwikkeling van zijn nalatenschap. Voor de achterblijvende echtgenoot kan dit een ernstig probleem opleveren, omdat het Spaanse erfrecht bij lange na niet de bescherming biedt waarop de langstlevende in Nederland kan rekenen. Volgens het Spaanse erfrecht erven de kinderen van de erflater ieder een gelijk en direct opeisbaar deel van de nalatenschap, terwijl de overblijvende echtgenoot slechts het vruchtgebruik krijgt van een/derde deel van de nalatenschap.
Mocht de erflater geen kinderen hebben, maar wel nog ouders (of grootouders), dan erven de ouders (of grootouders) de volledige en direct opeisbare nalatenschap. De overblijvende echtgenoot krijgt slechts het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap.
Pas wanneer de erflater geen kinderen (of kleinkinderen) heeft en er geen ouders (of grootouders) in leven zijn, erft de langstlevende echtgenoot de gehele nalatenschap in volledig eigendom.
Zelfs wanneer de erflater in bovenstaande situatie een langstlevende-testament naar Nederlands model zou hebben opgemaakt, kan de langstlevende echtgenoot (ernstig) in verlegenheid worden gebracht, omdat de erfgenamen volgens de Spaanse erfwet altijd hun legitieme portie kunnen opeisen.
Bovenstaande regeling laat zien dat het Spaanse erfrecht niet in de schaduw kan staan van het Nederlandse erfrecht als het gaat om de bescherming van de rechtspositie van de overblijvende echtgenoot. Binnen het Nederlandse erfrecht is de overblijvende echtgenoot via een langstlevende-testament volledig beschermd doordat het erfdeel van de kinderen pas opeisbaar wordt als de langstlevende komt te overlijden. Bovendien kunnen in Nederland de ouders van de overledene al sinds 2003 geen aanspraak meer maken op de nalatenschap van een kind dat een echtgenoot (en/of kinderen) nalaat.

Als resident in Spanje (maar ook als niet-resident met Spaanse bezittingen) is het daarom verstandig gebruik te maken van het keuzerecht. Door een clausule in het testament op te nemen of een aanvullende notariële akte op te laten maken waarin men expliciet aangeeft te kiezen voor het Nederlandse erfrecht, voorkomt men dat er ongewenste situaties ontstaan voor de langstlevende echtgenoot.

Indien u van mening bent dat bovenstaande situatie op u van toepassing is, dan adviseren wij u contact op te nemen met Su Casa Servicebureau.

Hoe is in Spanje de verdeling van een nalatenschap geregeld?

Vererving nalatenschap volgens Spaans erfrecht

Indien een overledene met de Nederlandse nationaliteit en met zijn gewone verblijfplaats in Spanje geen testament heeft opgemaakt of een (langstlevende-) testament heeft zonder een duidelijke rechtskeuze voor het Nederlandse erfrecht, dan is het Spaanse erfrecht van toepassing op de vererving en afwikkeling van zijn nalatenschap.

De nalatenschap wordt dan volgens Spaans erfrecht als volgt verdeeld onder de wettelijke erfgenamen:

  • Als de erflater kinderen heeft, erven zij ieder voor een gelijk deel; in het geval een van deze kinderen   overleden is, erven diens eventuele kinderen gezamenlijk het oorspronkelijke erfdeel van hun overleden ouder en ieder voor een gelijk deel;
  • Als de erflater geen kinderen heeft, maar zijn ouders nog wel in leven zijn, dan erven zijn ouders ieder voor een gelijk deel; is nog maar één van zijn ouders in leven, dan erft deze de volledige nalatenschap; zijn beide ouders niet meer in leven, dan vererft de nalatenschap aan de eventueel nog in leven zijnde grootouders;
  • Als de erflater geen (klein)kinderen en geen (groot)ouders nalaat, dan vererft de volledige nalatenschap aan de overblijvende echtgenoot;
  • Als de erflater geen (klein)kinderen, geen (groot)ouders en geen echtgenoot nalaat, dan erven eventuele broers en zussen ieder voor een gelijk deel;
  • Als de erflater naast de eerdergenoemde erfgenamen ook geen broers of zussen nalaat, dan erven de overige bloedverwanten (tot in de vierde graad) de nalatenschap; mochten er geen bloedverwanten tot in de vierde graad zijn, dan vervalt de nalatenschap aan de Spaanse staat.

Wat wordt verstaan onder een “legitimaris” en een “legitieme portie”?

De legitieme portie van legitimarissen

De legitieme portie is een deel van de nalatenschap in de vorm van een geldbedrag waarop bepaalde erfgenamen een wettelijk recht hebben. De kinderen en – in geval van overlijden van de kinderen – de kleinkinderen kunnen altijd aanspraak maken op hun legitieme portie. Binnen het erfrecht worden zij “legitimarissen” genoemd. Indien men legitimarissen bij testament zou onterven, behouden zij toch het recht op hun legitieme portie na het overlijden van de erflater.
Een echtgenoot of de partner met wie men geregistreerd samenwoont of met wie men een notarieel samenlevingscontract heeft, is wel erfgenaam, maar geen legitimaris en heeft dus geen recht op een legitieme portie.

Wat wordt verstaan onder de “gewone verblijfplaats” van een erflater?

Gewone verblijfplaats

In de nieuwe Europese erfrechtverordening wordt met de aanduiding “gewone verblijfplaats” de laatste feitelijke woonplaats van een erflater bedoeld. De vaststelling van deze “gewone verblijfplaats” is bepalend voor het erfrecht dat van toepassing is op de nalatenschap. Het gaat dan niet puur om de vaststelling van iemands woonadres, maar met name om de vaststelling van de plaats waar de spil van iemands maatschappelijke leven en activiteiten is gelegen. Hieruit moet blijken of er sprake is van een nauwe band met het land in kwestie. Er zijn diverse criteria, zoals de frequentie, de duur en de motieven van iemands verblijf, om te bepalen waar iemands “gewone verblijfplaats” feitelijk is gelegen. Een inschrijving in een bevolkingsregister of het belastingplichtig zijn in een bepaald land hoeven voor deze vaststelling niet doorslaggevend te zijn.

Als je in je testament kiest voor Nederlands erfrecht, hoef je dan in Spanje geen erfbelasting te betalen?

Nederlandse en/of Spaanse erfbelasting

Als een Nederlander komt te overlijden die bezittingen in Spanje heeft, dan moet er in Spanje altijd erfbelasting worden betaald. De nieuwe Europese erfrechtverordening bepaalt sinds 2015 weliswaar of het Spaanse of het Nederlandse erfrecht van toepassing is op zijn nalatenschap, maar heeft geen enkele zeggenschap over het erfbelastingsysteem dat in Spanje of Nederland gehanteerd wordt bij de afwikkeling van een nalatenschap. Men kan in een testament dus wel een keuze maken voor het Nederlandse erfrecht, maar men kan niet kiezen voor de Nederlandse erfbelasting in plaats van de Spaanse.
De Nederlandse fiscus gaat bij het heffen van erfbelasting uit van de “gewone verblijfplaats” van de overledene. Als de erflater dus in Nederland woonde, wordt zijn volledige nalatenschap door de Nederlandse fiscus belast. Dit geldt eveneens voor het geval de erflater in Spanje woonde, maar een keuze voor het Nederlandse erfrecht in zijn testament heeft laten opnemen.
De Spaanse fiscus daarentegen gaat bij het heffen van erfbelasting uit van de woonplaats van de erfgena(a)m(en). Als de overledene dus in Spanje woonde, maar de erfgena(a)m(en) in Nederland, dan wordt niet zijn volledige nalatenschap door de Spaanse fiscus belast, maar alleen de goederen die zich in Spanje bevinden (de zogenaamde situsgoederen).
Indien de overledene (met de Nederlandse nationaliteit) in Nederland woonde en in Spanje een vakantiewoning had, dan wordt er dus niet alleen in Nederland (over de gehele nalatenschap), maar ook in Spanje (over de waarde van de vakantiewoning) erfbelasting geheven. Dit zou betekenen dat de erfgenamen dubbele erfbelasting betalen over de waarde van de vakantiewoning. Om dit te voorkomen, verrekent de Nederlandse fiscus bij het vaststellen van de aanslag de in Spanje afgedragen erfbelasting met de in Nederland verschuldigde erfbelasting.